Oma en Opoe (kv 117)


Beiden woonden in het dorp. Om ze uit elkaar te houden werden ze Oma en Opoe genoemd.

Als wij – mijn ouders, broer en ik – bij Opoe op bezoek waren, dan viel dat soms samen met bezoek aan haar van andere familieleden.

Met de neven speelden we vaak voetbal in het gangetje tussen haar woning en dat van de buren. Ik herinner mij het voorval dat de bal door het bovenste vensterglas van een raam van het huis aan de overkant van de straat vloog. In dat huis woonde de gereformeerde dominee. De twee oudste neven durfden wel aan te bellen om naar de bal te vragen. De deur werd geopend door een dochter van de dominee. Beide neven gingen naar binnen, maar daarna duurde en duurde het maar. Dat begon ons te lang te duren. Met de overige neven zijn we maar naar binnen gegaan. Waarom het zolang duurde voordat zij terugkwamen? Eindelijk kwamen beide neven naar buiten. Met de bal! Maar het was inmiddels te laat geworden om samen nog een partijtje voetbal te gaan spelen.

Af en toe sliepen mijn broer en ik een nachtje bij Opoe. ‘Uit logeren’ noemden wij dat. Voor het naar bed gaan mochten we met ‘houten speelgoeddingetjes’ in de verlichte ruimte spelen. In die ruimte bewaarde zij allerlei spullen en waren de twee houten deurtjes naar het keldertje.

Als het tijd was om naar bed te gaan, dan gingen we naar de zolder, naar het slaapkamertje aan de straatkant. Sommige treden van de trap kraakten een beetje. Ook een aantal planken in de plankenvloer onder de vloerbedekking. De eerste nacht werd ik wakker van een vreemd en geheimzinnig geluid in het naastgelegen huis waar twee vrouwen woonden. Het geluid was van een vlieringtrap die werd uitgetrokken, geloof ik.