Er zijn veel ezelsbruggetjes, maar deze kende ik nog niet, nl.:
“De wulp kijkt naar zijn gulp.”
Voor wie het niet duidelijk is: de snavel van de wulp is lang én krom!
Herinner je je nog de uitleg van je leraar Nederlands tijdens de les over het principe ‘stam + t’? Ik heb onthouden dat het handig is om in de zin die je moet schrijven even het woord ‘lopen’ in gedachten te nemen.
Als je een t hoort, dan staat hij er óók als je hem niet hoort!
Bijvoorbeeld bij het werkwoord ‘worden‘:
Ik loop (zonder t), dus ook: ik word. Maar: jij loopt, hij loopt en de hond loopt, dus ook: jij wordt, hij wordt en de hond wordt.
Ook dit is een ezelsbruggetje:
