Véél te laat natuurlijk, vooral voor de mensen om wie het gaat, namelijk de 3500 KNIL-militairen en hun gezinnen, destijds zo’n 12.500 personen.
Het was voor hen geen vrijwillige keuze om naar Nederland te komen. Zij werden tegen hun zin naar Nederland gebracht, na de belofte van de Nederlandse regering dat zij na hooguit zes maanden weer naar hun vaderland zouden worden teruggebracht.
Het is ronduit schandalig wat er met hen is gebeurd.
Ik werd door de spijtbetuiging van premier Jetten opnieuw herinnerd aan die naargeestige beelden in mijn hoofd.
Zo zag ik mij weer: wandelend aan de hand van mijn oom – ik was toen acht of negen (?) jaar – over de Vechtbrug in Dalfsen naar de viersprong bij het begin van de Rechterense dijk. Vanaf Zwolle zouden vrachtauto’s met Molukkers komen rijden. Ik herinner mij het meisje, gekleed in een sarong – in elk geval dun gekleed, kleding dat wapperde in de wind – dat bovenop de met allerlei spullen beladen auto zat en naar ons zwaaide. Er waaide een behoorlijk frisse wind, het schemerde, de lucht was bewolkt.
Mijn oom, wiens hand ik weer moest vasthouden, zei op de terugweg helemaal niets.
Ook herinner ik mij beelden dat ik samen met een vriend op bezoek ging naar een Molukse familie in de buurt van Hoogeveen. Wat ik nog weet, zal ik nu vertellen.
Het vroor buiten, het sneeuwde ook. We waren op weg naar een barakkenkamp, of een woonoord? De naam weet ik niet meer. Het was in de barak erg warm. De mensen waren heel gastvrij, we kregen veel en lekker eten, er werd samen vaak gezongen en er was gitaarmuziek. Kortom, het was gezellig.
Dit is alles wat ik mij nog herinner.
Er zijn ook vreselijke dingen gebeurd in al die jaren. O.m. de beschieting en bestorming tijdens de gijzelaarsactie in de trein bij De Punt, met de dood van 2 gegijzelden en 6 kapers als gevolg.
Zoals wel vaker is gebeurd door toedoen van de Nederlandse regering: ook voor de Molukse gemeenschap is gekozen voor politiek en economisch eigenbelang en NIET – wat had gemoeten natuurlijk – voor het inlossen van een ereschuld.
Het aanbieden van excuses door de premier is wat mij betreft dus pas een stapje.