Brood rondbrengen, venten (Kv 123)


In de buurtschap, waar ik ooit woonde, kwamen twee bakkers brood brengen. (‘Venten‘ heette dat, geloof ik.)

 

De één ging met een bakkersfiets, een fiets met een grote rieten mand en een rieten deksel.

 

 

De andere bakker met een soort van driewieler en daarop een grote houten bak met een klapdeksel, waarin de broden, en misschien ook wel andere bakkerproducten, lagen.

 

Bij mij thuis kwam (altijd op de zaterdagavond) bakker Jan Spijker (bakker Spieker; de ‘nachtbakker’) om een (knip)brood en soms ook een roggebrood te brengen. (‘Hij kwam ook in het dorp’, wist mijn vrouw te vertellen.)

Diederik De Velde Harsenhorst, die bij bakker Brinkman werkte, en later volgens mij het bedrijf van Spijker overnam, zag ik vrijwel elke zaterdag – in weer en wind – langs fietsen om brood te bezorgen.

In het dorp ging Annie van der Linde langs de huizen om brood te bezorgen. Zij kwam ook bij mijn schoonouders. Zij was de dochter van bakker Van der Linde. Met groot gemak reed zij op de fiets met de grote broodmand voorop.

Het was hard werken!