Is Salland voor mij een ’thuiskomen’?


Tot ongeveer 1969 heb ik in de gemeente Dalfsen gewoond. Het dorp lag ook in Salland.

Ik heb in die gemeente een prima jeugd gehad. Dat kon niet beter. Wel was dorp in mijn ogen een ‘stijf dorp’, misschien ook wel acultureel?

Het beste wat mij is overkomen vraag je? Ik heb er mijn vrouw leren kennen en ben later met haar getrouwd.

Of ik nog meer wetenswaardigheden heb? Ik heb er gevoetbald, geschaatst, gewandeld, gefietst, gebiljart, op één wiel gefietst, en wat al niet méér.

Het was een mooi dorp. Iedereen kende elkaar. Misschien niet iedereen bij naam, maar wel van ‘gezicht’. Er was een bepaald soort saamhorigheid.

Ook was er in de gemeente een schitterende (en landelijke) natuur. In elk geval was dat zo tot de tijd dat de ruilverkaveling begon. Er is onvoorstelbaar veel ‘vernield’. Waarom? Dat heb ik nooit goed begrepen!

Dalfsen is voor mij een onherkenbaar dorp geworden. Zeker de plek en omgeving waar ik geboren ben!

Plotseling mocht de streek geen Salland meer heten, maar moest ‘de Vechtstreek’ worden genoemd. Waarom? Ook dat heb ik nooit goed begrepen. (Eerlijk gezegd wil ik dat ook niet.)

Diepenveen ligt wel in Salland. Het dorp, dat nu onder de gemeente Deventer valt, heeft ook een prachtige omgeving: mooie, oude bossen en bomen.

Het landschap, de omgeving, doet mij regelmatig aan ‘het oude Dalfsen’ denken.

Misschien voelt het dan als een ‘thuiskomen’?

Nog een anekdote?


Op ‘onze’ scheurkalender las ik iets over ‘het ontstaan van hagelslag‘.

In België wordt hagelslag – weliswaar in de volksmond – ook wel ‘muizenstrontjes‘ genoemd. ‘Bah‘ denk ik dan, of ‘Wat zeí je‘?

Dat is tenminste mijn mening, want ik zie ze nog steeds voor me: al die kleine, zwarte korreltjes.

Muizenkeuteltjes‘. Bruin zijn ze zeker niet !!! Ja, misschien de ‘verse’.

Hoe ik dat zo zeker weet? De laatste tijd heb ik er genoeg zien liggen in het schuurtje.

Wat ook vermeldenswaard is? Ik heb tot nu toe twaalf dode muizen uit de twee muizenvallen gehaald. Gelukkig lijkt het nu rustig te zijn geworden. 🙂

Venco is er – hoewel toevallig – wèl rijk mee geworden.

Maar geef mij maar de drop van Venco!

Een paar (grappige) anekdotes


-Mijn kleindochter (op dat moment 3 jaar) antwoordde toen ik opmerkte: “Je bent mij er eentje!”

Opa, ik ben niet één, maar drie jaar.”

 

-M’n kleinzoon (net 6 geworden) moest onlangs worden ingeënt. Zijn moeder had tegen hem gezegd dat hij na de prik zijn arm even flink heen en weer moest bewegen.
Op de terugweg vroeg zijn vader, of hij nog last had van zijn ‘prik arm’.

“Papa, ik heb geen pijn. Ik heb mijn arm ook niet bewogen.”

(PS: Misschien heb ik de eerste anekdote al een keer verteld? Sorry dan.)

Een huis als ‘muze’


Deze titel slaat op ‘het Nijsinghhuis’ in Eelde.

Het is een prachtig huis met (wand)schilderijen van de grootmeesters: Matthijs Röling, Wout Muller, Clary Mastenbroek, Olga Wiese en Pieter Pander.

Omdat het museumcomplex ‘De Buitenplaats’ in Eelde 25 jaar bestaat, is er een speciaal boekje over deze woning gemaakt.

Wij hebben het (prachtige) boekje vrijwel direct besteld. Dat kwam omdat Ally en ik de (monumentale) woning van de oprichters van het museum een keer van binnen hebben mogen bekijken, maar ook omdat we grote bewonderaars zijn van figuratieve kunst.

Ik moet zeggen: “Het is een heel mooi boekje geworden. De foto’s zijn schitterend, verrassend, en mooi gefotografeerd“.

Toch wil ik dit nog even melden: ook de tuin is heel bijzonder. (Dus zeer de moeite waard om te bekijken.)

de woning vanuit de tuin gezien

het museumcomplex