Soepballetjes (kv 92)


In de buurt waar ik woonde, stond ook het bedrijf van een varkenshandelaar. Hij had niet alleen varkens voor de verkoop, maar fokte er ook mee, want hij had ook een aantal mannelijke varkens, beren genaamd. Het was geen groot varkensbedrijf. De meeste varkens verkocht hij rechtstreeks aan de boeren en de slagers. Hij kon er van bestaan en dat vond hij voldoende.
–  Zo nu en dan moest er een varken biggen. Diverse keren heb ik dat zien gebeuren. De biggetjes ‘floepten’ zo op het stro. Moeder varken leek het prima te vinden, want haar geknor klonk tevreden.
–  Wat er daarna ook gebeurde vond ik niet leuk om te zien. Zijn zoon en hij hadden allebei een scheermesje in de hand, pakten hier en daar een biggetje op en sneden ermee in de achterkant van het biggetje. ‘Soepballetjes maken’ was het antwoord op mijn vraag wat ze deden. Voor alle duidelijkheid, de mannelijke biggetjes werden op deze manier gecastreerd. Ik kende toen niemand die dat raar vond en dat het zo werd gedaan.