Zelf spelletjes maken? Kan dat?
Natuurlijk kan dat! Het kost je nauwelijks wat (dus geen geld en/of moeite), en je komt – en de kinderen en kleinkinderen – ook eens achter die (stomme) computer vandaan.
Fluiten op een grasspriet.
Je zoekt een flinke, liefst brede, grasspriet die je plat tussen je duimen houdt. Dan moet je flink blazen tegen je duimen. Aan het geluid kun je horen of je tegen een smalle of een brede spriet blaast. Een brede spriet maakt een laag geluid en een smalle een hoog geluid.
Muziek maken met een dun papiertje, een vloeitje o.i.d., en een kammetje. Als je het vloeitje tegen het kammetje doet en je neuriet er met je lippen tegen aan, dan ontstaat een zoemend geluid. (Er zijn ook andere mogelijkheden. Kijk maar op de foto.)
Op twee lege conservenblikken lopen. Je hebt twee lege, maar sterke conservenblikken nodig; twee stukken stevig touw van elk ongeveer 2 m lang; een priem, of een spijker, en een hamer. Met de priem, of met de spijker en de hamer, maak je twee gaten in de bodem, of in zijkant, in elk geval dichtbij de rand van het blik. Je steekt de uiteinden van het touw door de twee gaten en je maakt een stevige knoop. De loopblikken zijn klaar. Plaats je voeten midden op de beide blikken en trek de touwen stevig omhoog. Lopen maar!
[PAS OP dat je niet door je enkels gaat!]
Landverovertje. Dat spel speel je met zijn tweeën. Wat heb je nodig: een (zak)mes. Op een niet al te hard stukje grond teken je een vierkant. Om beurten mag je het mes in het vierkant laten vallen. Als het mes blijft staan, dan mag de speler een lijn trekken in het verlengde van de snee. Daarna mag de andere speler het mes laten vallen in het kleinst overgebleven deel. Het speelveld wordt zo dus steeds kleiner. Wie het niet lukt om het overgebleven vlakje te delen, heeft verloren.
Lawaai maken met je fiets. Je neemt een paar wasknijpers en een stukje (stevig) karton of plastic, en dat bevestig je aan de spatboordsteun van je fiets. Het kartonnetje of stukje plastic werkt pas goed als het stukje karton of plastic de spaken raakt Fietsen maar.
Blikspuit (Verstoppertje spelen met een leeg conservenblik). (Wat heb je nodig: een stevige, leeg conservenblik). Van de deelnemers – liefst zoveel mogelijk deelnemers doen mee – wordt er 1 aangewezen, of er wordt getost, die hem is. Allen – inclusief die hem is – gaan bij de plek met het blik staan, waarna het blik door iemand wordt weggeschopt. Zodra het conservenblik is weggeschopt, gaan de anderen zich zo snel mogelijk verstoppen. De persoon die hem is, moet eerst het blik ophalen en terugzetten op de beginplek. Pas dan mag die persoon de deelnemers gaan zoeken. Als hij of zij je ziet, dan laat hij of zij dat weten door een voet op het conservenblik te zetten en jouw naam te roepen. Degene die is gevonden, is af en mag niet meer meedoen. Maar als er iemand is die eerder bij het blik is dan de persoon die jou moet zoeken, en het blik wegschopt, dan mogen alle personen die ‘af zijn’, zich opnieuw verstoppen. Die hem is, moet dan opnieuw beginnen. (Het spel eindigt pas als iedereen af is.)