Ik dacht dat hij zo heette. Mijn ‘partnerin’ (zelf bedacht woord) ook, maar zij noemde nog een andere naam. Een mij ‘onbekende’ naam. Voor de zekerheid heb ik vorige week een mailtje naar de ‘Historische Kring Dalfsen’ gestuurd. Het antwoord kwam vlot. Maar wat bleek? Poortier was de naam. Er moest dus nog een “o” in.
De meest nodige levensmiddelen werden vroeger aan de deur gekocht. Zo kwam bijvoorbeeld de bakker (bakker Spijker) zaterdags langs op zijn grote fiets en de grote mand met brood. De overige etenswaren kochten we meestal bij zijn collega, bakker Brinkman. Af en toe kwam ook een ‘marskramer’, de heer Poortier uit Dalfsen. Hij had van alles en nog wat te koop. Van elastiek tot klompen, van een dweil tot wasknijpers en van groene zeep tot een aardappelschilmesje.
Ik herinner hem mij nog heel goed. Hij was een ‘gezellige’ koopman, die met zijn diverse handel, door weer en wind, langs de deuren ging met zijn paard en wagen. Op gezette tijden kwam hij ook bij ons thuis, waar hij met paard en wagen een poosje op het erf bleef staan. De dames in de buurt wisten precies wanneer hij er was. Al werd er niets van hem gekocht, toch wisselde hij altijd wel nieuwtjes met een klant.
Bij ons thuis kwamen ook de postbode, de meteropnemer, de politieman, de wegenwachter, de vertegenwoordigers, enz., enz., langs. Dat was heel gewoon. Dat ging jaren zo door.
De heer Poortier met zijn paard en winkel-ventwagen.
