Naar Franse les ging ik in de zesde klas van de lagere school (‘basisschool’).
Mijn ouders hadden van de mogelijkheid gehoord. Zij vonden dat ik die lessen maar moest volgen. ‘Dan wordt de overgang naar de Frans taal niet zo groot,’ zeiden ze.
Na de winterperiode ben ik ongeveer een half jaar, en bijna elke week, op de fiets naar Franse les, die in een school in het dorp werd gegeven, geweest. Er kwamen bijna allemaal kinderen die na de zomervakantie ook naar de MULO zouden gaan.
Of ik wat aan de lessen heb gehad? Geen idee eigenlijk.
Maar toch zal het wel iets geholpen hebben. In elk geval weet ik nog steeds de zin ‘Papa fume une pipe’.
Mijn broer heeft die Franse lessen ook gevolgd. Maar of het aan hem was besteed?
Het beetje Frans dat ik hem ooit heb horen zeggen, was ‘Le soldat est sur la bonne.’
Hij vond dat een prachtige zin.