‘Annie 63’ was zelfs bij de SONT te zien?


Nee, niet bij de Sont tussen Denemarken en Zweden, maar bij de SONT in Drenthe.

nedersaksisch-taalgebied‘Annie 63’ (Schreijer-Pierik) schijnt zich niet enkel te interesseren voor boeren, koeien, melk en varkens, maar ook voor de ‘Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied’ (SONT).
De SONT-voorzitter ‘wil geen Friese toestanden’ en noemt ‘het niks minder dan uniek dat het Europees parlement aandacht besteedt aan het Nedersaksisch’.

Dat is ‘mooi gezegd’ natuurlijk, maar meneer de voorzitter, je moet wel realistisch blijven. Het bezoek van ‘Annie 63’ en haar Duitse college Jens Gieseke aan SONT zal voor velen ongetwijfeld bijzonder zijn (geweest), maar wat is de maatschappelijke waarde van het bezoek voor de Nedersaksische taal?
Dat je je niet hoeft te schamen, als je bijvoorbeeld Drents, Gronings, Sallands of Twents spreekt?

Persoonlijk heb ik daar nooit last van gehad. Gelukkig maar, denk ik dan.
Waarom zou ik ook?
Dat zou ik wel – mij schamen dus – als iemand mij niet kon verstaan als ik alleen Sallands praatte.

Volgens ‘Annie 63’ verdient het Nedersaksisch een ‘impuls’, las ik in de krant, maar wat wordt er precies bedoelt?

Een ‘impuls’!
Waar hebben die twee (voor mij overbodige) Europarlementariërs het in vredesnaam over!