Bij de padvinderij (26)

Mijn broer en ik zijn samen enige tijd bij de padvinderij geweest.
–  Waarom weet ik eigenlijk niet, maar misschien kwam dat omdat mijn ouders dat ‘nodig’ vonden? In elk geval was het volgens mijn ouders goed voor de opvoeding. Zelf heb ik altijd het idee gehad, dat zij – vooral mijn moeder – waren ‘overgehaald’ door de huisdokter. Van de padvindersgroep namelijk was hij de hopman en de jongste zoon van de dominee zijn hulp en vervanger. De dochter van de dominee hielp ook wel eens mee, geloof ik.
–  Toch gingen mijn broer en ik niet met tegenzin naar de zaterdagse ‘padvinderijhappening’. Ten zuiden van het dorp was een onderkomen in een bosje, ‘het Nieveer’, bij (van?) boer Van Lenthe, vlakbij de Vecht gelegen. Daar werden allerlei leuke en spannende spelletjes gedaan.
–  Met een ‘heitje voor een karweitje’ was er nog een bijzondere, jaarlijkse dag voor de padvinders. Dan kwam freule Vidal ‘opdraven’, die je anders nooit zag. Ook niet in het dorp, geloof ik. Zij was de akela – met een vreemde naam – en de oprichtster van de groep padvinders. De dokter, de hopman van de padvinders, kwam die dag ook. De vlag werd gehesen en alle verkenners en welpen brachten de groet en moesten ook de ‘eed’ (of belofte?) afleggen. De freule en de dokter hielden ieder een kleine toespraak. Daarna werden spelletjes gehouden.
–  Alles verliep goed die middag totdat mijn broer aan de beurt was. Hij zei: ‘Akela, wij doen geen pest, wij djiep, djiep, djop voor de rest .’ Verzinsels van hem, want hij kende de woorden van de eed (of belofte) helemaal niet. Wat toen? Hij kon onmiddellijk vertrekken. Ik ging met hem mee natuurlijk.
–  Het betekende wel het einde van deelname aan de padvinderij. Toch heb ik er wel wat geleerd. Zo denk ik dat er niets mis mee is om ook iets voor een ander te doen, of over te hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *