Naar Berg en Terblijt (27)


Met de auto reden wij (mijn ouders, broer en ik) op een zaterdagmiddag naar Berg en Terblijt in Limburg. Naar de dienstkameraad van mijn vader.

Mijn vader was tijdens de mobilisatie, vlak voor het uitbreken van WO II, in Limburg gelegerd. Hij was sergeant-hoefsmid.
(Ik vind het nog steeds schandalig dat moest worden gevochten met paarden, ouderwetse kanonnen en geweren tegen moderne tanks en ander wapentuig van de Moffen. Na de inval van Duitsland in Nederland is mijn vader te voet naar huis gegaan. Over zijn tocht weet ik niets te vertellen. Er werd niet door hem over gepraat. Trouwens over zoveel dingen niet in mijn jeugd. Anno 2017 lijkt er blijkbaar nog niets veranderd te zijn. Ook nu is er nog van alles mis en te weinig.)

Het was een lange rit en zit op een achterbank van de grote Opel. De bank stonk naar vlees. De auto had mijn vader gekocht van mijn opa, die slager was. De bestellingen werden met deze auto rondgebracht.
De ontvangst was hartelijk en warm. De ‘dienstkameraad’, zijn vrouw en kinderen waren gezellige mensen. Het was een groot gezin. De man had in een steenkolenmijn gewerkt en was afgekeurd om zijn ‘stoflongen’.

Hoe of waar we daar sliepen weet ik niet meer. Na het ontbijt op de zondagmorgen bezochten we de mergelgrotten in die plaats. De oudste zoon had in deze grotten gewerkt en kende er de weg. Met een paar grote mijnlampen liep hij voorop door de gangen. Het was er koel. Af en toe zag je door een luchtgat de blauwe lucht, maar verder was het daar pikdonker. Hij vertelde de geschiedenis van de grot en het zagen en vervoeren van de mergelblokken.

Iemand van de familie had een racefiets. Mijn broer wilde wel een rondje op die fiets rijden. Dat had hij beter niet kunnen. Op een bepaald moment ging het zo hard, zei hij later, dat hij uit de bocht vloog en in het prikkeldraad terecht kwam. De racefiets was gelukkig heel gebleven. Omdat hij maar niet terugkwam, zijn we hem gaan zoeken. Toen we hem vonden, kon hij met moeite uit het prikkeldraad worden ‘gehaald’. Niet alle details weet ik mij te herinneren, maar hij hoefde gelukkig niet naar de plaatselijke dokter en ook niet naar het ziekenhuis. Wel zat hij onder de pleisters, verbandjes en jodiumvlekken.

Aan het einde van de zondagmiddag begon de lange ‘rit en zit’ naar huis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *