Kniepertjes bakken (28)


Kniepertjes (‘Knieperties’) smaken heerlijk. Maar het beslag ook!

Mijn vader en mijn moeder bakten ze meestal op een zaterdagavond. Direct na het avondeten. Ma maakte dan eerst het beslag in de keuken en draaide er een hoeveelheid bolletjes van.
In de smederij legde pa een bolletje tussen de beide platte ijzers, zodra de ijzers heet genoeg waren, om het te bakken bij het ‘smidsvuur’. Ma gebruikte het aambeeld in de smederij als ‘tafeltje’ voor het bord met de beslagbolletjes. Zij had er ook een plat bord op gezet voor de gebakken kniepertjes.

Pa legde het grote, zware kniepertjesijzer dichtbij het vuur, terwijl mijn moeder de bolletjes, die zij op een groot bord op het aambeeld had gelegd, één voor één tussen de platte, hete ijzers legde met een lepel.

Dat ‘gebeuren’ hielden mijn broer en ik op afstand goed in de gaten, want we hadden ons ‘verstopt’. Dat dachten we tenminste. Als mijn ouders even niet in de smederij waren, dan liepen wij vlug, en stilletjes, naar het aambeeld en namen een bolletje beslag van het bord. We verstopten ons dan snel weer en aten het heerlijke bolletje met kleine hapjes op.

Na een poosje lag er een flink stapeltje gebakken kniepertjes op het andere bord. Ook hiervan namen we af en toe een nog warm kniepertje, zodra pa en ma weer even weg waren.

Na het bakken bracht mijn moeder de voorraad kniepertjes naar de keuken, terwijl mijn vader het kniepertjesijzer liet afkoelen in de bak met water dat aan het smidsvuur zat. Je hoorde het ‘gesis’ van de hete ijzers. Daarna maakte hij het zware ijzer goed schoon en vette het in. Maar met wat, weet ik niet meer.

Later hoorden we van mijn ouders dat zij ons wel in de gaten hadden gehad, maar dat ze maar niets hadden gezegd.
(Ze hadden het dus best wel leuk gevonden.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *