De tentoonstelling ‘Facing Fear’


Van de beroemde beeldhouwers Giacometti en Chadwick zijn nu meer dan 150 werken te zien in ‘Museum De Fundatie’ in Zwolle.

De treinrit naar Zwolle begon aarzelend. In Beilen moest de trein even wachten. Er kwam een excuus van de machinist via de intercom. Hij zei dat er even gewacht moest worden, omdat er mensen te dicht bij de rails liepen. De trein begon weer te rijden, maar eerst nog langzaam. Mijn vrouw meende iemand buiten te zien lopen met een camera. Even daarna reed de trein met normale snelheid verder. ’s Avonds werd het ons duidelijk, want toen wij naar het nieuws keken, zagen we wat de reden van het korte oponthoud was geweest: er werden opnames gemaakt van een onbewaakte overgang in het traject Beilen-Hoogeveen.

 

 

Als je de geschiedenis van beide kunstenaars een beetje kent, dan spreekt hun werk ook meer en beter aan! In de informatiefolder las ik o.m.:
De beelden belichamen de toestand van ontluistering en angst in Europa tijdens de jaren van de Koude Oorlog.’

 

 

 

 

Vanzelfsprekend zijn we ook even langs het ‘Zwolse Balletjeshuis’ (de Stekenbakker) voor ‘het unieke Snoepje sinds 1845’ geweest. In dat leuke winkeltje is snoep te koop voor jong en oud!

 

 

 

(De tentoonstelling ‘Facing Fear’ is nog t/m 6 januari 2019 te zien.)

Museum de Fundatie en de Grote Kerk in Zwolle


In Zwolle was ik samen met mijn vrouw op 26/06/18 in het Museum de Fundatie en later in de Grote Kerk.
–  Van het werk van Fritz Klemm wordt gezegd dat zijn kunst uniek is door zijn speciale, selectieve manier van waarnemen en zijn zoektocht naar het ideale evenwicht. Dat mag zo zijn, maar toch vond ik er niet veel aan. Zijn werk zal best wel knap zijn, maar het is gewoon niet mijn smaak.
–  De schilderijen van Jasper Krabbé vond ik al een stuk beter om naar te kijken. Zijn werk beantwoordde mijn figuratieve smaak. De gebruikte kleuren ook. Maar hooguit tien van zijn (verschillende) Japanse schilderijen was genoeg geweest. 
–  Ook de ‘koude’ sculpturen van roestvrij staal van Ronald A. Westerhuis spraken mij nauwelijks aan. Wel vond ik zijn schaalmodellen prachtig. Met zijn zienswijze ‘Het beeld zelf wordt niet beter als het groter wordt, de impact van het beeld wel’’ ben ik het dus niet eens. Voor de ingang van het museum was de kolossale sculptuur Stepping Stones te zien. Ik vond het veel te groot voor die plek.
–  Smaken verschillen. Gelukkig maar. Het mag nog steeds.
–  De Grote- of Sint Michaëlskerk is één van de bekendste bouwwerken van Zwolle. Het beroemde Schnitger-orgel, de prachtige preekstoel en het koorhek zijn de moeite waard om van dichtbij te bezichtigen. De Grote Kerk kent een lange geschiedenis en staat op de lijst van Rijksmonumenten.
–  Terug naar de trein, maar nog even langs het Zwolse Balletjeshuis met het groot assortiment traditioneel oud Hollands snoepgoed. Het ging ons om een paar soorten heerlijke steken om mee te nemen naar huis.

Jeuk (kv 79)


Met de fiets aan de hand liep ik over ‘de Melkmarkt’ in Zwolle. Ik kwam net uit school en was op weg naar huis, maar ik moest die dag eerst even over de markt lopen, omdat het marktdag was.
–  Het marktgebeuren vond ik altijd bijzonder. Nog steeds. Niet zozeer om de drukte, maar wel om al die kleuren te zien van het fruit, de verschillende soorten kazen, aardappels, vis, enz.
–  Bij een lange groentekraam stonden twee marktkooplieden. De één, een man, prijsde luid zijn waar aan. De ander, een vrouw, viel op. Wat zij deed, had ik niet eerder gezien. Ze stond zich opzichtig te krabben en wel op een plek, waar je dat niet direct zou verwachten. Ik vond het een eigenaardig, ongemakkelijk, maar ook een onfatsoenlijk gezicht.

Naar Feike Asma en het Don Kozakkenkoor (nummer 56)


Mijn vader hield o.m. van kerkorgelmuziek en van het ‘Don Kozakkenkoor’. Naar zijn LP van de ‘Mastreechter Staar’ luisterde hij ook graag, maar hij vond het volume van dat koor toch een ‘zwak aftreksel’ van het geluid dat het Don Kozakkenkoor kon produceren.

In de krant had hij gelezen dat het ‘Don Kozakkenkoor’ in de Grote Kerk (de Sint-Michaëlskerk) in Zwolle zou komen zingen.
Wat ik mij herinner, is dat ik met hem, achterop de brommer, naar het optreden ben geweest. Ik vond het zeer indrukwekkend. Dat een relatief klein koor zo’n indrukwekkend geluid kon voortbrengen! Ongelooflijk mooi klonk het daar in de kerk.
Wat mij ook bij is gebleven was de aanwezigheid van de dirigent, Serge Jaroff. Klein, slank. Hij stond zonder zich te bewegen voor het koor met grote, in het zwart geklede mannen. Hij dirigeerde door zijn vingers te bewegen. Misschien bewoog hij ook zijn ogen en hoofd, maar dat heb ik toen niet gezien.

 

Zo ben ik ook een keer met mijn vader – of mijn moeder en broer er bij waren? – naar het orgelconcert van Feike Asma in dezelfde kerk geweest. Het concert dat hij daar ten gehore bracht kwam van het schitterend mooie Schnitger-orgel.

Harry Sacksioni

De eerste keer dat ik Harry Sacksioni zag spelen was tijdens een optreden met Herman van Veen, in Carré in Amsterdam.

download

Gisteravond ben ik naar zijn optreden in Zwolle geweest. Het was fantastisch.

Op één van zijn Lp’s las ik het nummer: BELLO (3:50, H. Sacksioni).

“BELLO” was de naam voor de stoomtrein die tussen Alkmaar en Bergen reed. Ooit zat ik in deze trein met mijn moeder voor een bezoek aan haar tante.

Op de achterkant van de  de hoes van de lp “Amice” (ook van Harry Sacksioni) las ik dat de machinist van die stoomtrein afspraken maakte met mensen die nogal ver van het station, maar wel aan de spoorlijn woonden. De machinist stopte tijdens de rit soms op de meest onverwachte momenten om mensen “op te pikken”. Sommige passagiers vonden dat maar niets en mopperden erover tegen andere reizigers en/of de conducteur.

Mijn moeder en ik hebben tijdens onze reis dat niet meegemaakt.

Wel heb ik meegemaakt dat het treintje, dat vanuit het centrum van Nyon naar Les Rousses reed en dat langs één van de vele stationnetjes kwam, niet stopte als er niet iemand stond te wachten.
Bij één van de stationnetjes zag ik plotseling een man over het perronnetje rennen en aan het eind druk naar het treintje staan zwaaien.
Het treintje remde plotseling en reed achterwaarts terug naar het stationnetje.
De man, waarschijnlijk een boer, stapte met een paar ronde, langwerpige, houten vaten, in het treintje.
Ik hoorde het fluitje van de conducteur en daar ging het treintje weer.