Voorbeelden van Amerikaanse ongein


Dat zijn: Halloween, een horror(op)tocht, een horrorclown, een horrorfilm, enz.
Wie over deze belachelijke dingen en zaken positief is, doet en kan zijn, begrijp ik dus echt niet.

Volgens mij is Halloween géén kinderfeest, maar is het Sinterklaasfeest, waar Zwarte Piet natuurlijk bij hoort, dat wèl.

Halloween wordt ‘nageaapt’ uit Amerika. Amerikaanse ongein dus, maar als je een kind, je eigen kind, echt wilt laten griezelen, lees dan een goed boek voor en/ of lees er zelf één.

0

Het zal wel weer ‘van dik hout zaagt men planken’ worden


De koningin denkt er anders over, maar als er iets echt Nederlands is, dan is dat toch het sinterklaasfeest. Al wordt het kinderfeest ook elders (in België bijvoorbeeld) gevierd, persoonlijk vind ik, dat je het feest toch echt wel als Nederlands mag beschouwen.

Het feest begint eigenlijk al als Sinterklaas en de Zwarte Pieten met de boot in Nederland aankomen.
Op pakjesavond komen de cadeaus op miraculeuze wijze tevoorschijn. Ook de lekkernijen zoals: pepernoten en marsepein (een stuk ‘van het varken’ vind ik nog steeds ontzettend lekker). En niet te vergeten: de banketletter.

De voor mij vreemde discussie over Zwarte Piet wil ik wel snappen, maar ik vind het overdreven.
Akkoord, het koloniale tijdperk en de slavernij zijn zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis. (Heeft de godsdienst in die tijd er misschien ook mee te maken?)
Er is veel meer slechts uit het Nederlandse verleden op te noemen. Een paar voorbeelden? Piet Heijn en de VOC.

Thuis ben ik opgegroeid met verhalen over de tweede wereldoorlog (WO II). Ik heb er ook veel over gelezen. Het is heel goed dat al vroeg – ook op school, en eerlijk – wordt verteld hoe alles is geweest/ gegaan, maar niet met de bedoeling om elkaar ongebreideld, zonder grenzen, zo maar, te bekritiseren.

0

De Zwarte Pieten-discussie zal binnenkort wel weer in alle hevigheid losbarsten, maar …


ik ga er niet aan meedoen, want voor mij was en is het gewoon ‘voor Zwarte Piet‘spelen’. Niet meer en niet minder. Van mij mag hij blijven, omdat het een kinderfeest is en zo moet blijven.

‘Voor Zwarte Piet spelen’ (Verhaaltjes, nummer 31)

Mijn vader had een landbouwmechanisatiebedrijf.  Hij was aangesloten bij de plaatselijke handelsvereniging. De leden waren verplicht mee te doen aan jaarlijkse evenementen in het dorp, zoals het sinterklaasfeest. Hij had zich opgegeven om “voor Zwarte Piet te spelen” en vroeg mij, of ik ook mee wilde doen. Een schoolvriend, die in het dorp woonde, deed ook mee.

Op een zaterdag in november zat ik bij mijn vader achterop de brommer. Hij reed naar een boerderij ten zuiden van het dorp, vlakbij de (Overijsselse) Vecht. De deelnemers zouden elkaar op de deel van de boerderij ontmoeten. Sint en een paar Zwarte Pieten waren er al.
Mijn vader en ik werden geschminkt. Onze gezichten werden zwart gemaakt met een smerig, vettig goedje. De lippen werden met ‘rood spul’ ingesmeerd. Daarna moesten we Zwarte Piet-kleren aantrekken.
Opeens hoorden we iemand spreken. Hij stond midden op de deel. Het was Sint, maar half aangekleed en met zijn staf in de hand. Hij sprak plechtig tegen de koeien voor hem. Het leek wel of hij al op het bordes van het gemeentehuis stond. Lachen natuurlijk.

Toen iedereen was geschminkt en aangekleed liepen we naar de boot in de Vecht. Iedereen ging aan boord. De boot vertrok richting de brug bij het dorp. De eigenaar van de boot liet af en toe de hoorn even goed horen. Na de bocht in de rivier zagen we de kinderen en volwassenen op de kade en de brug staan.

Op het bordes voor het gemeentehuis werden Sint en zijn Pieten welkom geheten door de burgemeester en een wethouder. Sint maakte eerst een praatje. Na de toespraak van de burgemeester, en nadat de kinderen een paar liedjes hadden gezongen, ging iedereen op pad. Dat wil zeggen: de politie voorop, dan de muziekkorps, de burgemeester en de wethouder in de eerste auto en daarna de Sint op ‘zijn’ schimmel. Tot slot kwam de ‘bezemauto’ met de voorraad snoepjes en pepernoten voor de Zwarte Pieten om te kunnen ‘strooien’.
Af en toe drukte ik een opdringerige jongen in de heg. Dat hielp maar even, maar ik kon hardlopen en sprong over heggetjes en hekjes. Zo raakte ik ‘lastposten’ snel kwijt. Het was leuk om de kinderen iets te geven.
Aan het einde van de route stond een lange boerenwagen langs de kant van de weg. Op die wagen moesten de Pieten gaan staan en elk kind die passeerde een zakje met fruit en snoep meegeven.

Nadat het laatste kind iets had gekregen, was de ‘intocht van Sinterklaas’ voorbij en konden Sint en zijn Pieten naar de boot. De boot bracht ons terug naar de boerderij, waar we werden afgeschminkt, en waar we ons konden wassen en omkleden.
Er werd nog wat nagebabbeld en we kregen ook nog een hapje en een drankje. Mijn vader en ik namen afscheid en gingen toen naar huis.

Het jaar daarop was de laatste keer dat ik heb meegedaan aan het sinterklaasfeest, dat wil zeggen als ‘Zwarte Piet’.

0