Rondlopen met een geheim (kv 109)

 


Uit mijn jeugd heb ik twee geheimen onthouden. Vraag mij niet waarom mijn ouders het mij verteld hebben. Er werd mij heus niet alles verteld. Ik weet nog dat mijn moeder een keer tegen mij zei dat ze bang was dat, als er iets mis ging, men (Moffen) mij misschien iets zou willen/kunnen aandoen.

Het ene geheim gaat over de knecht (tegenwoordig: ‘medewerker’?) die mijn vader in dienst heeft genomen. Dat is gebeurd omdat mijn ouders vonden dat de man een kans moest krijgen, ook al was zijn vader een enorm foute NSB’er!
Mijn vader zocht een goede ‘kracht’ voor zijn bedrijf, want hij kon het werk niet alleen meer af.
Mijn ouders vonden ook dat je een kind van ‘foute ouders’ niet mocht afrekenen op hun daden. Aan de andere kant kenden zij het spreekwoord: De appel valt niet ver de boom. Toch hebben zij besloten dat de man kon komen werken met kost en inwoning.

Het ander geheim? Het was oorlog. In de buurt waar we woonden, waren op een nacht wapens ‘gedropped’. De wapens waren voor het verzet bestemd. Twee grote, ronde, blikken ‘trommels’ werden bij ons thuis gebracht. In de schuur, in de ren van het kippenhok, werden ze ‘begraven’. De kippen zouden wel voor de rest zorgen, nl. de grond ‘egaliseren’. Op een dag (bevrijdingsdag?) stonden er een aantal geweren tegen het aanrecht in de keuken. In mijn gedachten zie ik ze daar nog steeds staan.

Hoe het verder is gegaan? Weet ik niet. Ik was toen net geen drie jaar oud.
En waarom ik dit vertel? Het kan geen kwaad meer doen, lijkt mij.

Alweer die oorlog (kv 87)


Tegen het einde van de oorlog (WO II) schoten Duitse soldaten naar de overkant van de (Overijsselse) Vecht, waar de Canadese soldaten waren. De Canadezen schoten met veel geweld terug waardoor vlakbij de boerderij van mijn oom en tante – zij was de zuster van mijn Oma, mijn tante, en het was hun ouderlijke woning – vloog daardoor in brand. Mijn tante moest op dat moment worden tegengehouden, want zij wilde een Duitser, die op haar erf aan het schieten was, te lijf gaan om hem aan haar hooivork te steken.

Ook dit voorval hoorde ik een keer van mijn moeder. Zij stond, met mij op de arm, op het kerkplein in het dorp naar de komst van de Canadezen – wat ook de bevrijding van het dorp betekende – te kijken. Zij vertelde mij dat de Canadezen sigaretten en chocolade uitdeelden aan de mensen die langs de weg stonden te zwaaien en te juichen. Toen de Canadese soldaat mij een reep chocola wilde geven, schijn ik iets gezegd te hebben dat klonk als ‘Lus ik nie’. De soldaat scheen het nog te ‘begrijpen’ ook, want hij was door gelopen. Tot grote ergernis van mijn moeder. Zij was toen flink boos geworden, zei zij, omdat zij niets had gekregen.
Het was dus mijn schuld! 🙂

Waarom gingen destijds veel nazi’s naar Argentinië?


Waarom gingen veel nazi’s na de oorlog (WO II) naar Argentinië?
Omdat zij in dat land met open armen werden ontvangen, las ik. Veel wetenschappers en technici verlieten na de oorlog halsoverkop het verwoeste Duitsland, omdat ze anders een gevangenisstraf, of nog erger, boven het hoofd hing.
Toch hebben ook de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie vlak na de oorlog nazi’s toegelaten om van hun kennis te profiteren. (Kwam dat ook door de wapenwedloop?)

Wat ik nooit heb begrepen is het rare feit dat veel oorlogsmisdadigers via het Rode Kruis en het Vaticaan naar Argentinië konden (ont)komen. In dat land mengden ze zich onder landgenoten; om niet op te vallen. Adolf Eichmann en Josef Mengele (“de engel des doods”) konden op die manier hun (verdiende) straf lange tijd ontlopen. Mengele zelfs tot in 1979.

De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie ontwikkelden zich na de oorlog tot supermachten. Omdat Perón (in 1955) werd verjaagd door een revolutie gingen veel Duitsers terug naar Europa, waar ze – hoe bestaat het – nauwelijks iets in de weg werden gelegd. De meest gezochte nazi’s reisden in veel gevallen naar landen als Brazilië en Uruguay. Eichmann werd in Argentinië ontvoerd door de Israëlische geheime dienst, in Jeruzalem berecht en geëxecuteerd. Mengele stierf (een natuurlijke dood?) in Brazilië.

[Veel mensen leren nauwelijks iets van geschiedenis. Dat is heel dom en jammer.]