Is voetbal (ook) gymnastiek? (kv 107)


Met dit weer – binnen 27, buiten 31º C. – gaan schrijven, laat staan gymnastieken?

Mijn ouders wilden dat ik bij de gymnastiek zou gaan. Zonder iets te vragen of te zeggen hebben zij mij opgegeven.
–  Naar de gymnastiek gaan was in het begin wel spannend, maar het werd saai, saaier, saaist. Gedoe dus. Dat was mijn mening. Steeds maar weer dezelfde oefeningen doen was niets voor mij. Veel liever was ik naar de voetbal gegaan.

In die tijd was de verzuiling bijna over de top heen. Alles was toen nog ‘dubbel’, d.w.z. er waren twee bakkers, twee schoenmakers, twee slagers, twee kruideniers, twee kappers, twee smeden, twee voetbalverenigingen, enz.

Twee jaar heb ik het bij die vereniging uitgehouden. Daarna mocht ik naar de voetbalvereniging. Het voetballen ging mij goed af. Ik was net achttien, toen ik in het eerste elftal moest voetballen. Wel als linksbuiten, terwijl ik gewend was op de rechtsbackplaats te spelen. Misschien omdat ik hard kon lopen en schieten? Die wedstrijd werd gelijk mijn laatste. Nog voor de rust werd ik uit het veld geschopt.
Wat later kreeg ik een scheenbeenontsteking.

Toch vind ik voetbal nog steeds een leuke sport. Om naar te kijken. 😊

Met het A-elftal naar Broekland (kv 103)


In het Sallandse dorp Broekland moest het A-jeugdvoetbalelftal een wedstrijd spelen. Met twee auto’s en een taxi werden wij, de spelers en de begeleider, weggebracht.

De reis, heen en terug, was een belevenis! De taxiauto was van een garagebedrijf. We kenden de chauffeur, want de man was ook de chauffeur van de brandweerauto. Over hem gingen de wildste verhalen. Zo zou hij, toen hij de brandweerauto naar een brand moest rijden, zo hard hebben gereden dat de wagen op twee wielen door een bocht was gegaan.

Na het vertrek reed hij enorm hard. De twee andere auto’s konden nauwelijks volgen. Het ging steeds harder. De man koos de smalle binnenwegen die ons sneller in Broekland zou brengen. Dat beweerde hij tenminste. We waren ruim op tijd bij het voetbalveld. Even later arriveerden de andere auto’s. De weg terug ging al net zo. Als eersten kwamen we over de brug in het dorp. Beide ritten verliepen gelukkig zonder ongelukken, maar het was een gebeurtenis om nooit te vergeten.
Met geen woord werd er later over die rit nog gesproken.

Overigens werd de wedstrijd met dikke cijfers gewonnen. Dat seizoen werd het A-elftal tweede achter het A-elftal van de Zwolsche Boys, het latere PEC. Wij, de leden van het elftal en de clubleiding, vonden het resultaat best knap gedaan, want de Zwolsche Boys kon zeker uit meer dan vijf A-elftallen de spelers kiezen!

Oranjegekte


Nederland doet jammer genoeg dit jaar niet mee aan de WK-voetbal, maar hoeft zich deze keer niet druk te maken over de vraag of het Nederlands elftal wel mee moet doen aan het toernooi in het Rusland van Poetin. Voor het eerst sinds jaren zullen de in oranje uitgedoste fans thuis voor de tv zitten.
–  Toch is het zo dat de oranje-gekte niet is begonnen bij de voetbal, maar in het tijdperk Ard en Keessie. Schenk en Verkerk. Toen hesen de fans zich massaal in het oranje. In Deventer kleurden – volgens Bob Spaak – de tribunes van de kunstijsbaan oranje, omdat de schaatsgekke toeschouwers in het oranje was gehuld. Zelfs was het zo dat in allerijl oranje mutsen uit Noorwegen moesten komen, omdat die in Nederland niet werden gemaakt!
–  In 1974 kwam tijdens het WK-voetbalduel tussen Nederland en Uruguay in Hannover de Oranjekoorts meer op gang. Maar in 1988 is de Oranjegekte een nationaal levensritme geworden.
–  Bijna elk sportevenement, van handbal tot hockey, kent tegenwoordig z’n toeschouwers met oranje shirts, petten, dassen, kazen, en wat dies meer zij.