Een stoomwals (nummer 63)


Mijn broer moest weer naar Engeland. Deze keer naar Carlisle en een plaatsje in de buurt van Salisbury. Hij vroeg of ik een paar dagen met hem mee kon gaan. Dan konden wij om beurten rijden en de nieuwe autotelefoon uitproberen. Er zal ook wel weer ‘gejakkerd’ moeten worden, dacht ik, maar samen op stap gaan was wel gezellig.
–  Vanaf de veerboot in Harwich was het te ver om in één keer naar Carlisle te rijden. We overnachtten eerst in Stratford-upon-Avon. De volgende dag reden we vroeg over de snelweg naar Carlisle. Op een bedrijfsterrein bij Carlisle keurde mijn broer een aantal tractoren, sprak daarna met de eigenaar, waarna we naar het zuiden reden. In de buurt van Salisbury wist mijn broer een B&B. Hij was er eerder geweest. De eigenaar was een gewezen vliegenier. Hij kon goed koken. Het avondeten was inderdaad heerlijk.
–  Niet ver van de B&B moest mijn broer bij twee zaken langs. Terwijl hij met de eigenaar van het eerste bedrijf sprak, keek ik in een schuur naar de bijzondere hobby van de man: een grote trekker met een enorme motor, een vliegtuigmotor, een Rolls-Royce! Ergens in die schuur stond nog zo’n motor. Hij had met die trekker al heel wat prijzen gewonnen. ‘Ook op het ‘vasteland’’, zei hij met een grijns.
–  Op het terrein van het tweede en laatste adres stond een schitterend mooie, prima onderhouden stoomwals. De stoomwals was zijn grootste passie, beweerde de eigenaar. Je moet misschien wel in Engeland zijn opgegroeid om het te kunnen begrijpen: de eigenaar van de wals deed in de zomer mee aan wegwedstrijden! Meestal in het zuiden van Engeland.

Terug in Nederland blijf ik steeds aan deze bijzonderheden denken. Nu dus ook maar eens opgeschreven!