Bestaat toeval?


Een bericht in de krant, het DvhN, over streektalen en Nijntjeboekjes in streektalen bij Bornmeer, bracht mij op het idee.
–  Afgelopen maand februari heeft deze uitgeverij twee nieuwe boekjes laten verschijnen. Daniël Lohues heeft ‘Nijntje in de dierentuin’ voor zijn rekening genomen, op zijn manier en in zijn streektaal, het Drents.
–  Niet dat ik mij met hem wil meten, want in mijn ogen is er maar één Daniël Lohues, maar ik dacht: het zou leuk zijn om een nijntje te laten maken in ‘mijn streektaal’, het Sallands. Dus heb ik contact gezocht met deze uitgeverij die per e-mail reageerde: ‘Volgende week gaan we op een rijtje zetten welke nijntjes voor een vertaling in aanmerking zouden komen, daarna zullen we contact met u opnemen over de mogelijkheden voor een Sallandse Nijntje.’
–  Een vervangster mailde mij terug dat een uitgave van Nijntje in het Sallands zeker een interessante optie is, maar dat de mogelijkheid voor het verschijnen van een nieuwe Nijntje op zijn vroegst dit najaar is en de volgende verschijningsmogelijkheid in het voorjaar 2019. In hetzelfde bericht: ‘Voor de uitgave van een streektaal-Nijntje is wel vaak externe financiering nodig, wellicht hebt u zelf zicht op subsidiemogelijkheden? Of een partij/partijen die bij voorbaat een aantal exemplaren wil/willen afnemen? En hebt u ook al een vertaler op het oog?’
– 
Over hoe het verder moest gaan, qua financiering e.d., had ik niet nagedacht en dat was ik ook niet van plan. Gewoon geen zin. Ik beantwoordde: ‘Voor de vertaling van het boekje in het Sallands kan ik wel zorgen. Ik hoef er geen cent voor te krijgen. Wel heb ik nagedacht over de afname. Er zijn in het streektaalgebied Salland (waartoe het gebied in en rond Kampen en het Vechtdalgebied ook wordt gerekend) afzetmogelijkheden genoeg. Ik denk met name aan de vele musea, boekwinkels en VVV’s.’
[Intussen had ik het boekje ‘nijntje in het museum’ gekocht en thuis in het ‘Sallaands’ ‘vertaald’. 😊]
– 
Er kwam een nieuw bericht uit Friesland: ‘Voor een succesvolle publicatie en presentatie van een nijntje in streektaal is de aansluiting bij en samenwerking met lokale partijen juist onontbeerlijk, precies vanwege de kennis van en contacten in de regio. Het zijn inderdaad de partijen die u noemt – streektaalorganisaties, musea, VVV’s, boekhandels – die hiervoor nodig zijn, maar waarvoor in iedere regio weer andere contactpersonen zijn die ons als uitgeverij helaas niet allemaal bekend zijn. Als u mij een aantal namen, adressen, telefoonnummers kunt laten weten van mogelijk geïnteresseerde partijen/personen dan kunnen wij contact met hen zoeken. Ook u kunt met uw aanbod als vertaler en de voorwaarden die we hieronder al hebben ‘besproken’ eens informeren bij de door u genoemde organisaties of zij hiervoor voelen.’
–  Wat nu, dacht ik. Even googelen en ik kwam uit bij de ‘IJsselacademie’ in Zwolle. Ik heb per e-mail contact gezocht en gekregen: ‘U bent zeker aan het juiste adres. Ik stuur uw mailwisseling en mijn  antwoord aan u ook even door aan … de projectleider Streektaalkunde bij de IJsselacademie. … Misschien binnenkort even een afspraak maken?’
–  Kort daarna kwam het verrassende mailtje van uitgeverij Bornmeer: ‘Toevalligerwijs werden wij deze week benaderd door een boekhandel in de Sallandse regio, die aangaf zich graag in te willen zetten voor een Sallandse Nijntje. Zij zullen zelf een vertaler benaderen en een groot gedeelte van de oplage afnemen. Dit alles lijkt als resultaat te hebben dat er in het voorjaar van 2019 een Sallandse Nijntje wordt gepubliceerd. …‘
–  Direct heb ik de ‘IJsselacademie’ hiervan op de hoogte gebracht. Als antwoord kreeg ik: ‘Nou dat is natuurlijk altijd mooi. Ben benieuwd naar het eindresultaat! Wie weet is het te zijner tijd iets om te presenteren op het Zunnewendefestival in Hellendoorn?’

Mijn vrouw merkte op: ‘Misschien heeft boekhandel Waanders wel gereageerd!
Dat zou mooi zijn, was mijn gedachte!

IJsselacademie, ook ik ben zeer benieuwd op de afloop. Maar er zal nog een jaar moeten worden gewacht.’

Moi Nijntje

Daniël Lohues heeft het boekje Nijntje in ’t dierenpark, van Dick Bruna, in het Drents vertaald.
–  Uitgeverij Bornmeer geeft al jaren Nijntje-boeken in streektalen uit. Met het Fries is begonnen, al mag je dat geen streektaal noemen natuurlijk. Daarna in het Brabants, Zeeuws, Maastrichts, Rotterdams, Haags, Gronings, Twents (door Herman Finkers), enz.
–  Al heet ik dan niet Lohues of Finkers, toch wil ik proberen een Nijntje-boekje in het Sallands te vertalen. De reden? Misschien helpt het om de Sallandse streektaal levend te houden, want ik heb het idee dat het Sallands gaat verdwijnen. En dat zou ontzettend jammer zijn.)

Zij maakt zich zorgen over de (haar) streektaal


Volgens de krant (Dagblad v/h Noorden, 26.11.2016) wil Annie Schreijer-Pierik (Annie ’63) het Drents, Gronings en Twents op de Europese agenda zetten.

Tijdens het lezen van het stuk, moest ik denken aan haar als boerin (o.a. over de afschaffing van de melkquota) en CDA-politica (in Den Haag), nu als CDA-Europarlementslid (sinds 2014; eigenlijk was zij ‘lijstduwer’) en ook even aan een ‘tenenkrommend gesprek’ op tv tussen haar en Herman Finkers (over de toekomst van Vliegveld Twente).

En dan nu de ‘Streektaal’?
Waarom nu pas haar aandacht voor het Nedersaksisch dialect? Bij gebrek aan wat anders?
Misschien is het wel goed bedoeld, maar waarom is zij er niet (veel) eerder mee gekomen?
En waarom heeft ze het niet over alle streektalen in Nederland? (Omdat zij is opgegroeid met het Twents?)

Ik ben opgegroeid in Salland en met het Sallands.
Waarom noemt zij die streektaal niet?
Sallands is toch ook een Nedersaksisch dialect?

Zij beweert, aldus de krant, dat er een hoop (Europees) geld op de plank ligt.
(‘… We hebben budget. … Laat het niet liggen. …’ En meer blabla.)

Toegegeven, als Annie zich in iets vast bijt, dan laat zij niet meer los en doet zij dat (vaak) tegen beter weten in.
Dus waarschijnlijk ook met het onderwerp streektaal, want anders had zij al veel eerder haar paard VOOR in plaats van (nu) ACHTER de wagen gespannen. Kort gezegd:

Het is te laat.