Na dit verhaaltje komt er dus nog één

Liftend door Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en België (Verhaaltjes, nummer 34.)

Om half vier ’s morgens werden mijn vriend en ik door zijn ouders naar een gehucht buiten Brussel gebracht. In het plaatsje was een internationaal transportbedrijf. Met een vrachtwagen van dat bedrijf konden wij meerijden naar Duisburg. De vrachtwagen was beladen met dikke balen ruwe rubber uit de Congo.

In Idstein stapten we uit voor de jeugdherberg in het oude kasteel in die plaats.

De volgende dag stonden we pas om tien uur ’s morgens te liften bij een oprit naar de Autobahn. We kregen een lift naar Mannheim, waar we in de jeugdherberg hebben overnacht.

Deze dag kregen we een lift van een Amerikaanse soldaat. Maar verder dan Heidelberg ging hij niet. Het was die dag ontzettend warm. Zelfs in ‘zijn bak van een auto’ was dat goed te merken. Bij Heidelberg ging het liften niet meer vlot. Het werd al vrij laat, maar hoe moesten we in Heidelberg komen? We bedachten om ergens in het veld te gaan slapen, maar dat leek ons toch geen goed idee.

Eindelijk stopte een auto met een Engels echtpaar erin. In Lahr, in het Zwarte Woud, stapten we uit, maar de jeugdherberg daar was vol. Een ‘ramp’! We besloten met de trein naar Bazel te gaan, maar om daar nog naar de jeugdherberg te gaan had geen zin. We bleven in de wachtkamer van het Centraal Station om daar proberen te slapen. Die nacht heb ik geen oog dicht gedaan. Mijn vriend had goed geslapen. “Als een roos”. Dat beweerde hij tenminste.

De volgende dag belden we eerst naar de jeugdherberg in Bern. Er was nog plek. Voor alle zekerheid namen we weer de trein. In Bern wandelden we door de mooie, oude binnenstad naar de jeugdherberg.

Deze dag kregen we een lift naar Oberhofen, maar daarna kwamen we niet verder dan de weg naar de Jungfrau. In een plaatsje in de buurt van deze mooie berg namen we weer de trein. Zo kwamen we in Montreux. Het was een schitterende reis!

In Montreux kregen we weer een lift van een Amerikaan, maar deze keer geen militair. Tot Nyon konden we meerijden, want verder ging hij niet. Het liften ging toen weer niet. Met de “boemel” reisden we naar Les Rousses (Franse Jura). Ook de reis met het lokale treintje was zeer de moeite waard. Onderweg naar de Franse grens gebeurde er iets bijzonders. Het treintje passeerde een stationnetje, remde plotseling, stopte en reed achteruit, terug naar het perron van het stationnetje dat we net waren gepasseerd. Er stond nu wel iemand. Waarschijnlijk een boer, want hij stond daar met een paar melkbussen naast zich. “De machinist had de passagier niet op het perron zien staan”, deelde de conducteur ons later mee.
Het boemeltje stopte in La Cure (vlakbij de Zwitserse/Franse grens). Met een bus kwamen we in Les Rousses terecht, een skioord. In de jeugdherberg daar was gelukkig nog plaats. We bleven er een paar dagen, want de omgeving was er schitterend.

Vanaf Les Rousses kregen we een lift in een Renault “Ondine”. In één keer kwamen we in Parijs (525 km). Ongelooflijk, niet waar?

In Parijs kregen we drie nachten onderdak in de Cité Universitaire (Maison des Industries, Agricoles et Almentaires). “Studenten” moesten we worden, omdat het zomervakantie was en de studentenkamers dan werden verhuurd aan ‘vakantiegangers’.
Parijs! We raakten niet uitgekeken in die prachtige stad: de Notre Dame, de Sacré Queur, Montmartre, Place Pigalle, de Champs Elyssées, de Eifeltoren, de Arc de Triomphe, het Louvre, Fontainebleau, enz., enz. De drie dagen in Parijs vlogen om!

We kregen opnieuw een fantastische lift: van Parijs naar Brussel (300 km)! De chauffeur kwam even buiten Parijs in botsing met een andere auto. Het was niet zijn schuld. Er zat wel een grote deuk in zijn auto. Ook al kon mijn vriend goed Frans spreken, van het ‘twistgesprek’ had hij weinig begrepen, zei hij later.
Zonder ongelukken verder kwamen we in Brussel. We werden zelfs afgezet voor het huis waar mijn vriend woonde!

“De cirkel was rond.” Dat betekende het einde van een mooie, leerzame en spannende reis.

Ook Napoleon Bonaparte was een tiran


Hij was ongetwijfeld een beroemd man, maar hij was ook berucht, een tiran.

Napoleon Bonaparte

Napoleon Bonaparte

Het “opdondertje” (de kleine generaal) werd in 1769 in Ajaccio (Corsica) geboren.

Mijn vrouw en ik zijn naar het eiland met vakantie geweest. Je ziet vrijwel overal zijn naam en ook zie je veel standbeelden en Napoleonsouvenirs.

De man mag dan beroemd zijn geworden, maar iemand die zichzelf tot keizer weet te kronen, is nog niet beter dan al die andere tirannen.

Hij heeft zijn tijd mee gehad, want anders was hij misschien nooit zo bekend geworden.
Er hebben ontzettend veel mensen onder zijn regie geleden en er zijn ontzettend veel mensen onder zijn regie gestorven. Iets waar je nooit iets over hoort!
Die verering is toch vreemd, niet waar?

Ik weet er is maar een woord voor:
ABNORMAAL.