Kuifje was jarig

Ik was misschien twaalf toen ik met de taxi naar het ziekenhuis in Zwolle werd gebracht voor een spoedoperatie aan de blindedarm. Het was een ‘acute blindedarmontsteking’. Onderweg herinner ik mij de spoorwegovergang ook nog heel goed.

Na de operatie kreeg ik de vraag, of ik het (slechte) stukje darm in een potje mee naar huis wilde hebben. Dat vond ik niet zo’n goed idee. Ik moest twaalf dagen in het ziekenhuis blijven. Dat was geen straf, maar ik vond het best wel lang duren.

Mijn oma kwam bijna elke dag op ziekenbezoek, samen met mijn moeder. Ook bijna elke dag bracht zij een ‘Kuifje’ mee. Ik ‘verslond’ de albums. Prachtig vond ik ze.
Ik heb de albums bijna ‘stuk gelezen’, maar ik heb ze nog allemaal.

In de krant las ik dat het 90 (!) jaar is geleden dat het eerste stripverhaal van Hergé verscheen. Zijn albums zijn nog steeds enorm gewild. Ze zijn prachtig getekend.

Ook al vind ik alle personages uniek en grappig, kapitein Haddock en Jansen en Janssen hebben nog steeds mijn voorkeur.

0

Halsoverkop naar het ziekenhuis (nummer 66)


Ik had mij net afgedroogd na het douchen, toen de telefoon ging. Mijn bril had ik niet opgezet, want ik dacht de weg in huis wel te kennen.
–  Dat was dus mis gedacht. Helemaal mis, want plotseling was het: rinkeldekinkel. Ik was dwars door het glas van de kamerdeur gelopen! Mijn knieën kwamen in de glasscherven in de onderste sponning terecht, en er vielen glasscherven op mijn rug. Ik riep om mijn vrouw, want ik bloedde als een rund. Ik ging op de deurmat zitten en zag de twee grote gaten op mijn knieën. Mijn vrouw belde direct de huisarts op. Zij hielp mij bij het aankleden en maakte daarna alles snel schoon. Vanwege die gaten vroeg ik haar, of zij nog ook ergens vel had zien liggen. Mijn vrouw zei dat het kwam door de spanning van de huid.
–  De dokter was er snel. Hij verbond mijn knieën en belde met het ziekenhuis in Winschoten. Met mij op de achterbank van de auto reed mijn vrouw naar het ziekenhuis. Ik kon gelijk door naar de operatiekamer, waar de chirurg wachtte. Onder het opereren praatte hij over alles en nog wat, en zei zo nu en dan: “Wat heb jij geluk gehad”. Na het hechten en verbinden kon ik weer naar huis.

Gelukkig hoef ik maar nog zelden aan dit heftige voorval te denken. In het begin had ik flink last van een nachtmerrie.

0

“U heeft pech.”


Dat zei de oogarts gisteren tegen mij in het Wilhelminaziekenhuis in Assen.

Na de staaroperatie in mijn rechteroog, vier weken geleden – de operatie aan mijn linkeroog eerder was prima gegaan – kreeg ik er een ontsteking in. Mijn vrouw beweerde dat het door mijn zakdoek kwam, maar dat geloofde ik niet.

Na drie weken druppelen begon het oog erg te ‘wateren’. Het wit om de pupil werd rood en roder. Ook nam de pijn rondom het oog toe en werd zo vervelend dat ik afgelopen zaterdag naar de huisartsenpost in het ziekenhuis in Assen ben gegaan. De arts constateerde dat er niets in het oog was gekomen. Ik kreeg oogzalf. Als dat niet hielp, moest ik naar de huisarts gaan. Bij haar ben ik maandagmorgen geweest.

Omdat de pijn erger werd, heb ik woensdagmorgen met het ziekenhuis gebeld en gevraagd of de oogarts even naar mijn oog kon kijken. Dat was geen probleem. De oogarts constateerde dat er een stukje oude lens was achtergebleven. Dat liet hij zien op het scherm van zijn pc. ‘U heeft pech. Het gebeurt zelden’, zei hij (0,1% kans). Hij wilde mij onmiddellijk helpen. Ik kon in het ziekenhuis blijven wachten en zou ’s middags als eerste worden geopereerd. Na de operatie voelde het oog al veel beter. De pijn was vrijwel onmiddellijk weg.

Nu eerst weer drie weken druppelen, daarna weer voor controle naar het ziekenhuis en dan naar de opticien voor nieuwe glazen.

Na dit alles hoop ik alle kleuren weer helder te kunnen zien. Dan kan ik weer gaan schilderen, fietsen, enz., enz. [Hobby’s heb ik genoeg!?]

0

‘Is dat uw gebit?’


Eergisteren zat ik in de ruimte van de dagopname van het ziekenhuis. Op dat moment zaten nog twee ’klanten’ in die ruimte. De één moest nog even wachten, wist ik, maar de ander was net terug van een operatie en at een boterhammetje. Zo te zien ‘met smaak’.
– De wachtende vrouw vroeg aan de etende man – ik had al wel gedacht dat zij zich niet stil zou kunnen houden – of hij zijn gebit wel in had gedaan. De man hoorde het blijkbaar niet, want hij pakte zijn gehoorapparaatje van het tafeltje dat voor hem stond. Hij deed het hevig piepende apparaatje in zijn oor en zei dat hij haar vraag niet had gehoord. Zij herhaalde haar vraag, waarop hij kort zei ’Ja.
– Ik zag haar verwonderd en ongelovig kijken, en ook weer naar het gebit in het plastic bakje op het tafeltje. Weer stelde zij de man de vraag, waarop hij zei dat hij haar echt niet begreep. ‘Dan zal dat gebit wel van iemand anders zijn’, zei zij en keek weer in het tijdschrift.

 

0