Into Nature 2018


Het is een niet te missen route in het Drentse landschap. Deze keer heeft de kunstroute het thema ‘Out of Darkness’ gekregen. (Tegenwoordig schijnt Engels gebruikt te moeten worden. Ik ben benieuwd wat er na Brexit gaat gebeuren.)

De bijzondere kunstwerken zijn te zien t/m 16 september 2018 (van dinsdag t/m zondag tussen 11.00 en 17.00 uur). Er zijn twee startlocaties: Frederiksoord en Havelte (Holtingerveld). De twee fietsroutes zijn elk vijftien km lang. De twee wandelroutes: 2 en 4 km. De routes zijn duidelijk aangegeven met bordjes.

Bij Havelte zag ik (nog) een nostalgische plek, t.w. het heideveld tegenover de ingang van de Johannes Post-kazerne, waar mijn ex-vriendin, mijn echtgenote, en ik hebben liggen knuffelen. Dat heette toen gewoon vrijen.

De hele route is gemakkelijk in twee dagen te doen. Dan heb je tijd genoeg, maar je moet er wel mooi weer bij hebben.

Om je een indruk te geven een aantal foto’s:

[Voor meer informatie: http://www.intonature.net]

De eerste dienstreis (kv 104)


Af en toe kreeg ik in mijn militaire dienstijd een dienstrit. De dienstmaat, die de ritjes regelde, zat zich vrijwel de gehele dag te vervelen in zijn kantoortje. Dat ik de rit kreeg was niet zomaar, want hij wilde graag mijn draagbare radio een hele dag lenen.

De radio had ik door ruiling gekregen. Tijdens een ‘Bingo-avond’ in de kazerne – er was buiten dat en een wekelijkse filmavond niets anders te doen in de kazerne – won ik een draagbare grammofoon. Iemand had een 45-toeren plaatje. Ik vond er niets aan, maar het lied schalde bijna zestien uur, dus in het parate weekend, snoeihard over het grote plein tussen beide gebouwen. Om ‘gek’van te worden, maar sommige dienstmaten konden er maar geen genoeg krijgen. Het plaatje ‘Hup, zei mijn simmetje, daar gaat ie weer …’ werd grijs gedraaid. In dat weekend sprak ik ook iemand die de grammofoon wel wilde ruilen. Nadat ik de draagbare radio zag, zei ik direct ‘ja’.

Mijn eerste dienstrit was van Steenwijkerwold naar Ermelo. Ik had bedacht dat ik dan ook even bij mijn ouders langs zou gaan. Hoewel de afgelegde kilometers na de rit werden gecontroleerd, durfde ik de gok – ongeveer 12 à 15 km omrijden – wel te wagen. Ik had een goede smoes bedacht. Bij de watertoren in de Lichtmis verliet ik de autoweg en reed daarna over een paar binnenweggetjes naar huis. Bij de boerderij achter ons huis reed ik her erf op en parkeerde de (militaire) auto, een WEB (1-tonner), naast de hooiberg. Daarna liep ik vlug over het tuinpad naar ‘ons huis’. Ik verraste mijn moeder in de keuken. Mijn vader kwam ook even uit de werkplaats om mij te zien en te spreken.