Wegbrengen naar het station (kv 106)


(Steenwijkerwold-Vilsteren v.v., mei 1964)

Een aantal militairen die voor een oefening in de bossen van Vilsteren verbleven, moesten bevoorraad worden vanuit de legerplaats (kazerne). Omdat ik de omgeving van het oefenterrein kende, ‘kreeg’ ik de rit om ‘spullen’ af te leveren. De soldaat, die de dienstreizen regelde, wilde dan wel voor die dag mijn draagbare radio (weer) lenen. (Prima natuurlijk!)

Dat ik de rit zou krijgen daarvan was mijn vriendin op de hoogte. Ook wist zij dat ik haar naar het treinstation wilde brengen. Toen ik in de militaire auto, een WEB, aan kwam rijden, stond zij al met de fiets aan de hand bij de brug te wachten. Na de begroeting reed ik langzaam achter haar aan naar het station.

Nadat we afscheid van elkaar hadden genomen en zij met de trein was vertrokken, ben ik verder gereden over het smalle weggetje langs kasteel Rechteren, door Lenthe, naar Vilsteren en daar naar de bivakplek van de militairen. De plek was gemakkelijk te vinden, want de route werd aangegeven door (militaire) bordjes in de berm van het bosweggetje.

Bijna elke zondag op pad (kv 82)


Misschien ben ik daarom wel een huismus geworden.
–  Als het weer een beetje goed was, dan waren mijn ouders, broer en ik vrijwel elke zondag bezet. D.w.z.: we waren dan bij de grootouders in het dorp, of zij waren bij ons, of wij gingen naar familie, die veraf woonden, of men kwam bij ons op bezoek. Ik had het idee – nog steeds – dat wijt met ons vieren nooit eens alleen thuis waren.
–  Ook gingen we zondags vaak met ons vieren op stap. In die tijd ging dat op de bromfiets. Op de Solex van mijn moeder en op de NSU van mijn vader. Onze voeten moesten dan in de fietstas zetten. Mijn broer zat bij mijn moeder achterop en ik bij mijn vader. Het is niet overdreven om te stellen dat we over en langs alle wegen en weggetjes in de provincie Overijssel zijn geweest. Naar Junne, Hardenberg, Ootmarsum, Deventer, Holten, Nijverdal, Olst, Wijhe, de Wieden, Steenwijk, enz, enz. Zelfs waren we een keer in Bentheim – een mooie, maar lange reis – waar we in het oude kasteel vol trots lazen, dat de voormalige kasteelbewoners familie van de Van Rechterens – plaatsgenoten dus – was.
–  Toen we te groot waren geworden om nog achterop de brommer te zitten, kwam er een auto, een 2CV, en gingen we daarmee ‘op pad’. De afstanden werden steeds groter en dus was Overijssel ‘te klein’ geworden voor de zondagse uitstapjes.

[Zondagse uitstapjes hebben we jarenlang gedaan. Het was altijd gezellig en er gebeurde altijd wel iets geks. Persoonlijk heb ik er enorm leuke herinneringen aan overgehouden.]