‘Ik heb niets met clowns’


Dat beweert Maarten van Rossem althans.

Waarom hij dat zegt? Een gedachtekronkel? Misschien denkt hij te Amerikaans? Waarschijnlijk aan Halloween?

Met Halloween heb ik totaal niets. Voor mij is het maar een vreemd ‘gedoe’. Grote flauwekul. Afwijkend gedrag. Ik kan er wel een een ander lelijk woord voor verzinnen, maar laat ik het houden op: niet normaal. Of gewoon: er is geen bal aan!

Als ik aan clowns denk, dan denk ik ook aan kunst. Aan geniale humor. Aan Charlie Chaplin. Aan Buster Keaton. Aan de Dikke en de Dunne. Aan Oleg Popov, de Gouden Clown-winnaar, een legende (in 1992 zag ik een optreden van deze beroemde clown in Emmen).

Maarten en ik zijn dan wel van dezelfde leeftijd, maar zijn visie op clowns is niet de mijne.

‘Is dat uw gebit?’


Eergisteren zat ik in de ruimte van de dagopname van het ziekenhuis. Op dat moment zaten nog twee ’klanten’ in die ruimte. De één moest nog even wachten, wist ik, maar de ander was net terug van een operatie en at een boterhammetje. Zo te zien ‘met smaak’.
– De wachtende vrouw vroeg aan de etende man – ik had al wel gedacht dat zij zich niet stil zou kunnen houden – of hij zijn gebit wel in had gedaan. De man hoorde het blijkbaar niet, want hij pakte zijn gehoorapparaatje van het tafeltje dat voor hem stond. Hij deed het hevig piepende apparaatje in zijn oor en zei dat hij haar vraag niet had gehoord. Zij herhaalde haar vraag, waarop hij kort zei ’Ja.
– Ik zag haar verwonderd en ongelovig kijken, en ook weer naar het gebit in het plastic bakje op het tafeltje. Weer stelde zij de man de vraag, waarop hij zei dat hij haar echt niet begreep. ‘Dan zal dat gebit wel van iemand anders zijn’, zei zij en keek weer in het tijdschrift.

 

De 35ste mei


Zodra het weer 31 mei is, moet ik ook denken aan Erich Kästner.

 En wel aan zijn kinderboek ‘De 35ste mei’.

Dat boekje kreeg ik eens als verjaardagscadeau van mijn vader en moeder. Jammer genoeg heb ik dat boekje niet meer. Een geweldig mooi verhaal.

Het was ook een humoristisch verhaal, dat mij enorm heeft aangesproken. Een paard op ‘rolschaatsen’.
Verzin het maar!

HUMOR


Onlangs las ik deze mop van Tommy Cooper:

Een politieman hield me laatst staande. Hij tikte op het autoraam en vroeg: Wilt u alstublieft in deze zak blazen? Ik zei: Waarom, agent? Hij zei: Mijn patat is te heet.

Sommigen vinden het boek “Magdalena” van Maarten ‘t Hart slecht geschreven


Ik heb er geen oordeel over, omdat ik met de Nederlandse taal niet goed genoeg op de hoogte ben.

Het is waarschijnlijk dat Maarten ’t Hart een moeilijke jeugd heeft gehad, maar hij was wel “gek op” zijn moeder, want hij beschrijft haar – wat hij pas na haar dood mocht doen – liefdevol en op een eerbiedige, ontwapende en humoristische wijze, zoals hij dat alleen maar kan.

images

Hoe ’t Hart bepaalde kwesties uit zijn jeugd beschrijft?

Op een mooie, droge, nuchtere, scherpe (soms venijnig) en vooral humoristische manier.

 

Niet iedereen zal zijn boek leuk vinden, of kunnen waarderen, denk ik.
Zeker niet door mensen “uit een bepaalde hoek”.

Ik heb zijn boek met veel plezier gelezen.