Het huis zie ik nog staan (Kv 125)


Maar wel vaag; onduidelijk in mijn herinnering.

Ik weet zeker dat er mensen woonden, maar hoe ze heetten? Ook zie ik, vaag, een meisje die ouder dan mij was, naar dezelfde school gaan. Als ik het huis probeer te omschrijven, dan herinner ik mij een huis met een puntdak, overwegend van hout en met houten franjes – met de kleur geel? – aan de dakrand. Maar misschien verbeeld ik mij dat alles ook maar?

Ook denk ik mij de naam van huis ‘het Jachthuis’ te herinneren. Maar verder?
Het huis lag vrij dicht bij de weg, bij een flauwe bocht in de ‘Hessenweg’. Gerekend vanaf ons huis richting de viersprong bij ‘Driessen’ aan de linkerkant van deze weg.

0

Bij Gramsbergen (kv 86)


Op een dag zou ik met mijn vriendin op bezoek gaan naar ‘het Hoge Noorden’; naar haar familie. Ik ‘ging op zicht’ mee. Haar ouders waren er al een paar dagen. Ze waren met hun Daffodil 31 gegaan. Van mijn vader mocht ik in zijn 2CV rijden. Een belevenis.
–  Als ik bij haar grootouders was, moest ik van haar volslagen dove grootvader altijd even mee naar zijn ‘trots’, zijn tuin. Hij noemde mij steeds ‘Maarten’.
–  Omdat hij de uitspraak van nieuwe woorden niet kende, sprak hij het woord ‘yoghurt’ uit als ‘jogurt’ i.p.v. ‘joggurt’.
–  Het was tijd om naar huis te gaan. We stapten in de auto en werden uitgezwaaid. Haar ouders zouden later gaan. In de buurt van Gramsbergen hield de motor van de auto er plotseling mee op. Ik kon nog een P-plaats bereiken. Omdat de auto geen benzinemeter had, moest ik op de lange, platte, bruingekleurde peilstok in de benzinetank kijken om te zien dat de tank helemaal leeg was! Ik wist in de buurt een benzinestation te staan, maar om daar te komen moest ik een behoorlijk eind lopen.
–  Ik liep langs de kant van de Hessenweg naar het benzinestation toen er een open sportwagen, een Renault ‘Floride’, stopte met een mooie dame achter het stuur. Het leek wel op een film. Zij vroeg mij wat er was en ik moest instappen van haar. Zij zette mij af bij het benzinestation.
–  Op het benzinestation kreeg ik een benzinetankje mee, waarin ik vijf liter benzine tankte. Dat was meer dan genoeg om thuis te komen. Toen ik terug wilde lopen, zag ik opeens het Dafje van de ouders van mijn vriendin. De inhoud van het tankje deed ik in de benzinetank, even starten, de motor van de auto liep gelukkig weer als een naaimachine.
–  Achter elkaar reden we verder. Nog even langs het benzinestation om het benzinetankje af te geven en te tanken. Daarna: naar huis.

0