Sinds 1 mei 1997 is de militaire dienstplicht opgeschort


Door het einde van de Koude Oorlog – door de Val van de Muur op 9/11/1989, of door de opheffing van de Sovjet-Unie op 26/12/1991? – was het directe gevaar van een oorlog afgenomen.

Het Nederlandse leger werd steeds vaker ingezet bij vredesoperaties die niet direct te maken hadden ter verdediging van het Nederlands grondgebied.

De inzet van dienstplichtigen bij vredesmissies werd steeds vaker als omstreden beschouwd.
Ook steeds vaker als discriminerend. In een tijd waarin gelijke rechten en plichten voor iedereen steeds vanzelfsprekender werden, paste een plicht voor alleen mannen niet langer.
Verder bestond er kritiek op het gegeven dat de dienstplichtigen na een basisopleiding van enkele weken weinig meer te doen hadden.

In Nederland is op 1 mei 1997 de opkomstplicht officieel opgeschort. Sinds 22 augustus 1996 werden geen nieuwe dienstplichtigen meer opgeroepen.
De Tweede Kamer heeft in mei 1993, bij aanvaarding van de Prioriteitennota, ingestemd met opschorting van de opkomstplicht.

Opschorting wil zeggen dat burgers geen militaire dienst hoeven te vervullen zolang de veiligheidssituatie dat niet vereist. Het Nederlandse leger bestaat thans volledig uit beroepsmilitairen.

In het voorjaar van 2008 waren er geluiden, onder andere in de krijgsmacht zelf (destijds door generaal Dick Berlijn), of de opkomstplicht weer zou moeten worden ingevoerd vanwege de zware belasting op het beroepsleger door de vele uitzendingen naar conflictgebieden.

Ook Jan Mulder moest het leren.

Naar mijn idee zou het weer invoeren van de dienstplicht voor heel wat zaken “raadzaam en heilzaam” zijn. Mede in dat licht vind ik als je van de vertrokken hoogste baas bij de landmacht Mart de Kruif zei: “We kunnen nog geen 4500 mensen met geweer en lunchpakket de straat op sturen.”

Het leren omgaan met “discipline en verdraagzaamheid” bijvoorbeeld, zou in deze tijd – anno 2016 – geen slecht idee zijn. Dienstplicht is zo gek nog niet. (Een constatering mijnerzijds en achteraf.)