‘Het zijn ballonnen’ (84)


Dat zei mijn moeder toen ik in de slaapkamer van mijn ouders een blauw gekleurd, kartonnen doosje zag staan. Nieuwsgierig maakte ik het doosje open en zag een aantal rubberen ‘dingen’ met talkpoeder eraan. Ze leken op een ballonnen. Toen ik mijn moeder vroeg waarom ze daar lagen, zei zij dat mijn vader de ballonnen had gekocht om ons er af en toe één van te geven om ermee te kunnen spelen. Zij haalde er twee op en gaf er één aan mij. Ik blies de ballon op en ging ermee voetballen.

[Later vertelden mijn ouders dat zij lid van de NVSH waren geworden om aan voorbehoedsmiddelen te kunnen komen. Niet te geloven natuurlijk, maar openbare verkoop van voorbehoedsmiddelen was toen verboden.]

0