Ongelijk


Als een vervolg op mijn vorige bijdrage waren dit de woorden die mijn echtgenote, in een krant aanwees (tijdens het Preuvenement- gebeuren (2014) in de Gouverneurstuin in Assen): Ongelijk, besmettelijke, Hulpverleners, Parade.
Met deze vier woorden maakte de andere deelneemster in de caravan dit:

“Zijn linker- en rechtervoet waren hartstikke Ongelijk.

  Als kind werd hij gemeden als de pest, want, zo

  fluisterde de hele klas, hij had een besmettelijke ziekte.

  En alle uitleg van maatschappelijke Hulpverleners ten spijt

  Klaas-Hendrik mocht niet met zijn maat 34 (links) en

  47 (rechts) meelopen in de Parade.

  En zijn tuba stond werkeloos te glimmen in de hoek.”

[Ook een mooi vers!]

Democratie


Tijdens het ‘Preuvenement’ in Assen (in 2014) mocht ik een viertal woorden uit een krant aanwijzen, waarna ze werden uitgeknipt. (Mijn vrouw kon ook vier woorden uitzoeken, maar dat later.)

Ik koos de woordjes democratie, maar, stand en betekenisloos. Daarna konden we een poosje op de bank van de caravan gaan zitten om te wachten op het resultaat van de VERS die zij met een oude, draagbare typemachine (Olivetti) maakte.

Dit werd ‘mijn’ vers:

“Ach, het is me toch wat met die eeuwige democratie.

 De een wil dit, de ander wil dat, maar het is allemaal zo gruwelijk vermoeiend.

 De huidige stand van zaken zegt me eigenlijk niet zoveel, maar ja… wie zegt
 dat nou hardop?

 Het lijkt wellicht betekenisloos maar zal ik nog eens wat vertellen?

 Het is wat het is.”

Knap gedaan, niet waar?

“Slordige” bomen


Op de morgen van 2de Pinksterdag hebben we weer een eindje gereden. Op de fiets welteverstaan. Het was prachtig weer.
–   Deze keer reden we een stukje door de omgeving van de hoofdstad van Drenthe en een eindje door de mooie stad, omdat we het nieuwe station wilden gaan zien; ook om een kop koffie te gaan drinken.
–  Toen we door het bijzonder mooie natuurgebied ten oosten van de stad reden, zagen we een aantal dode bomen – een kennis zou zeggen “slordige”  bomen – in het landschap staan. In Taarlo hebben wij een poosje gekeken naar de ooievaar op zijn, of haar, hoge nest. Af en toe zagen we de kop van het jong. Het was een prachtig gezicht.