Het kwaad eindelijk eens snoeihard en afdoende aanpakken


  1. Het is niet normaal dat uitgeprocedeerde asielzoekers woningen kunnen kraken. Dat moet onmiddellijk en afdoende worden opgelost! De boosdoeners moeten ‘koet ke koet’ weg, ook al willen de landen waar ze vandaan komen hen niet meer ‘ontvangen’. [Dan maar zo: In het vliegtuig zetten en achterlaten op het vliegveld van het land waarvan ze burger zijn (geweest).]
  2. Politie schiet man met bijl neer’. (Is dit een verkeerde krantenkop? Of is er sprake van een nieuw politiewapen?)
  3. Op 10 juni 1967 eindigde de zgn. Zesdaagse Oorlog. Israël versloeg in die oorlog de Egyptische troepen in de Sinaï. De Jordaanse troepen werden verjaagd, waarna de Westelijke Jordaanoever door Israël werd bezet. Tot slot bezette Israël de Golan Hoogvlakte, wat gebied van Syrië is. Deze oorlog bracht veel problemen voor alle lange jaren daarna. Een grote stroom vluchtelingen kwam op gang. Een vreselijk drama. Israël houdt – dus al sinds 1967 – Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, de Sinaï en de Golan Hoogvlakte bezet, land dat NIET aan Israël toebehoort. (Dat is niet normaal. Dramatisch is het. Vooral voor de goedwillende mensen. De veroverde en de ten onrechte verkregen gebieden moeten door Israël worden teruggegeven, maar het lijkt erop of Israël dat helemaal niet van plan is. Waar dient de machteloze VN nog voor?)

Alles “wit”? (nummer 67)


Met ons vieren gingen we in het najaar en ‘s winters tennissen in een tennishal in Duitsland. Dat beviel ons goed. De overdekte tennisbaan was prima en had een fijne vloer. Op de baan lagen rubberkorreltjes, waarop je kon glijden om de bal nog proberen te raken. Het “gevoel” op de baan leek veel op de gravelbaan.

We reden om beurten met de auto. Op late momenten – als niemand in de hal was – gingen we tennissen. Dat was ook de reden waarom we een sleutel kregen. Na een paar wedstrijdjes ‘gedubbeld’ te hebben, was het tijd om te gaan douchen. De douches waren ook prima. Nog even “ouwehoeren” samen – onder het genot van een lekker Duits biertje, of wat anders – en daarna naar huis.

Bij de grens werd er regelmatig gecontroleerd. Ook die keer. We moesten stoppen. Iemand scheen met een zaklantaarn in onze gezichten en zei:
“Alles “wit”? Goede reis verder.”

Tja, wat dan te antwoorden?