‘Het zijn ballonnen’ (84)


Dat zei mijn moeder toen ik in de slaapkamer van mijn ouders een blauw gekleurd, kartonnen doosje zag staan. Nieuwsgierig maakte ik het doosje open en zag een aantal rubberen ‘dingen’ met talkpoeder eraan. Ze leken op een ballonnen. Toen ik mijn moeder vroeg waarom ze daar lagen, zei zij dat mijn vader de ballonnen had gekocht om ons er af en toe één van te geven om ermee te kunnen spelen. Zij haalde er twee op en gaf er één aan mij. Ik blies de ballon op en ging ermee voetballen.

[Later vertelden mijn ouders dat zij lid van de NVSH waren geworden om aan voorbehoedsmiddelen te kunnen komen. Niet te geloven natuurlijk, maar openbare verkoop van voorbehoedsmiddelen was toen verboden.]

0

Nieuwe, ‘zondagse’ kleren (83)


In die tijd werden kleren vaak zelf gemaakt. Af en toe maakte mijn moeder ook iets. Een jurk o.i.d., maar nooit iets anders. Dus niet iets voor mijn vader, broer of mij. Wel deed zij verstelwerk en de gaten in de kousen stoppen, maar dat was ook alles. Van de beide oma’s kregen we af en toe een paar zelfgebreide sokken.
–  Als er slijtplekken op de kleren kwamen, dan moesten mijn broer en ik mee naar iemand in het dorp, die ‘kleren’ maakte. Zij was heel aardig. Haar naam weet ik. Zij woonde bij haar ouders in een boerderij, vrijwel aan de rand van het dorp. Er lag een grote mesthoop op het erf, maar er was niemand in het dorp die dat vreemd vond.
–  Toen wij bij haar waren duurde het een tijdje voordat zij klaar was met opmeten. Ondertussen vertelde mijn moeder wat haar bedoeling was voor onze kleding. Hoe vaak mijn broer en ik moesten terugkomen om te passen en hoe lang het duurde voordat alles klaar was, weet ik niet meer. Met het resultaat was mijn moeder best tevreden. We zijn later nooit meer bij haar geweest. Er kwamen ‘andere tijden’, denk ik.

0

Bijna elke zondag op pad (82)


Misschien ben ik daarom wel een huismus geworden.
–  Als het weer een beetje goed was, dan waren mijn ouders, broer en ik vrijwel elke zondag bezet. D.w.z.: we waren dan bij de grootouders in het dorp, of zij waren bij ons, of wij gingen naar familie, die veraf woonden, of men kwam bij ons op bezoek. Ik had het idee – nog steeds – dat wijt met ons vieren nooit eens alleen thuis waren.
–  Ook gingen we zondags vaak met ons vieren op stap. In die tijd ging dat op de bromfiets. Op de Solex van mijn moeder en op de NSU van mijn vader. Onze voeten moesten dan in de fietstas zetten. Mijn broer zat bij mijn moeder achterop en ik bij mijn vader. Het is niet overdreven om te stellen dat we over en langs alle wegen en weggetjes in de provincie Overijssel zijn geweest. Naar Junne, Hardenberg, Ootmarsum, Deventer, Holten, Nijverdal, Olst, Wijhe, de Wieden, Steenwijk, enz, enz. Zelfs waren we een keer in Bentheim – een mooie, maar lange reis – waar we in het oude kasteel vol trots lazen, dat de voormalige kasteelbewoners familie van de Van Rechterens – plaatsgenoten dus – was.
–  Toen we te groot waren geworden om nog achterop de brommer te zitten, kwam er een auto, een 2CV, en gingen we daarmee ‘op pad’. De afstanden werden steeds groter en dus was Overijssel ‘te klein’ geworden voor de zondagse uitstapjes.

[Zondagse uitstapjes hebben we jarenlang gedaan. Het was altijd gezellig en er gebeurde altijd wel iets geks. Persoonlijk heb ik er enorm leuke herinneringen aan overgehouden.]

0

Klimaatverandering is al EEUWENLANG aan de gang


Inderdaad, ja. Smeltende gletsjers bijvoorbeeld!
Volgens mij vond al jarenlang niemand dat vreemd, niemand hoorde je er over, totdat …. Ja, totdat …. Met dat ‘totdat’ heb ik dus moeite.

Je probeert zo milieubewust mogelijk te leven, maar als je op de mooiste plekjes al blikjes, papier, plastic, enz., ziet liggen, wat denk je dan en wat doe je ertegen?

En dit bijvoorbeeld: al die hoge, lelijke elektriciteitspalen en – draden, al die hoge, lelijke windmolens, etc. Als de mens echt iets had willen doen, dan had hij al veel eerder een stap – of stappen – terug moeten doen. Tja, maar: hoe ziet de wereld er nu uit? Hoe zit de wereld nu in elkaar? De gewone mens heeft er nauwelijks invloed meer op.

Zelf denk ik dat het te laat is. De natuur laat zich niet ‘dwingen’.
Wel moet ik dit nog even zeggen: “Ik ben altijd al wel wat somber geweest.” 🙂

[Over smeltende gletsjers door de jaren en eeuwen heen vond ik deze site: http://www.gletscherarchiv.de/]

0

Plotseling zijn de zangvogels verdwenen


Dat kwam ongetwijfeld door de eksters. Beide vogels wilden een nest gaan bouwen in één van de meidoorns in de tuin. Ik had deze bomen vorig jaar flink laten ‘inkorten’, maar dat maakte geen indruk op de eksters, want ze zouden en moesten een nest bouwen. Tot twee keer toe heb ik het begin van hun nest uit de boom verwijderd, uitlopers geknipt en gezaagd. Zonder resultaat. Ze kwamen steeds terug.
–  Toen we na een week – voor kunst en architectuur naar en in Stuttgart, Straatsburg e.o. waren geweest – weer thuis waren, zat er een compleet eksternest op ongeveer vier meter boven de grond in een meidoornboom. Niet te geloven, maar het was zo.
–  Omdat ik “het helemaal had gehad” (de woorden van mijn schoonzus) met die eksters heb ik het nest maar met rust gelaten.
De natuur laat zich niet dwingen!

0