39. Naar Coevorden fietsen; 40. Met “Bello” van Alkmaar naar Bergen; 41. Een kapot achterlicht


Naar Coevorden fietsen (39)

Met mijn vriend zou ik in een weekend naar mijn opoe in Coevorden gaan. Niet met de trein, niet met de auto, maar op de fiets. Ongeveer 40 kilometer fietsen. Ik vond de afstand gemakkelijk te doen. Als training stelde de afstand niet veel voor.

Hij – mijn vriend dus – reed op een lichte, Belgische fiets, met knijpremmen, een derailleur en ‘ballonbanden’. Ik op een Nederlandse fiets, een ‘Germaan’, met drie versnellingen (merk: Torpedo). Een ‘normale’ fiets dus. 🙂

De eerste vijftien kilometers verliep zonder problemen, maar toen begon de ‘ellende’. Dat wil zeggen: na elke vijf kilometers moest worden gestopt. Steeds met een ‘smoes’. Bij mij kwam dat over als: 40 kilometer fietsen is voor hem te lang; hij kan het zolang niet volhouden!

Het fietsen was bedoeld als het begin van een korte test voor een geplande fietstocht van ons beiden door de Ardennen en de noordkant van Luxemburg, maar na deze ‘test’ zag ik de fietstocht met hem somber in!

Met ‘Bello’ van Alkmaar naar Bergen (40)

“BELLO” was de naam van de stoomtrein die eerder tussen Alkmaar en Bergen reed. Ooit zat ik met mijn moeder in deze trein voor een bezoek aan haar/mijn tante.

Op de achterkant van de hoes van de lp “Amice” (van Harry Sacksioni) las ik dat de machinist van deze stoomtrein afspraken maakte met mensen die nogal ver van het station, maar wel aan de spoorlijn woonden. De machinist stopte tijdens de rit soms op de meest onverwachte momenten om deze mensen “op te pikken”. Sommige passagiers vonden dat maar niets en mopperden erover tegen andere reizigers en/of de conducteur.

Mijn moeder en ik hebben dat tijdens de treinreis niet mee mogen maken. Wij zouden het een enorme belevenis hebben gevonden, denk ik.

Een kapot achterlicht (41)

Op weg naar huis merkte ik opeens dat het achterlicht van mijn fiets het niet deed. Waarschijnlijk stuk, dacht ik. Ook dacht ik: ‘Martien, over vier kilometer ben je weer thuis.’

Net buiten het dorp stond (natuurlijk) een politieman. De motor had hij in de berm geparkeerd. Stoppen moest ik. Ik zou worden bekeurd als ik verder zou rijden zonder een werkend achterlicht, waarschuwde hij. Het maakte geen indruk toen ik zei dat het nog maar vier kilometer fietsen naar mijn huis was. Ik moest dus gaan lopen.

Toen ik de politieman niet meer zag, stapte ik op de fiets en ben toen binnendoor, over een fietspad, naar huis gereden.
Dan maar geen achterlicht. Aan nog drie kilometer lopen had ik echt geen zin!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *