35. Nageroepen worden; 36. Meegezogen worden achter een vrachtwagen; 37. Bloemen voor de tandarts


Nageroepen worden (35)

Op een dag reed ik op de fiets van de Middelbare school naar huis. Ik passeerde een groepje meiden. Ze kwamen van de Huishoudschool, wist ik, want ik had de groep al in het dorp zien fietsen. Eén meisje in die groep (her)kende ik.
Het was gênant, pijnlijk en onwerkelijk toen ik het hoorde. Eerst was er veel gegiechel, maar plotseling riep iemand: ‘We hoorden op school dat je een grote hebt!’
In een groepje durfden ze wel die ‘dames’! Ik heb niet meer omgekeken en ook niets teruggeroepen, maar ik wist niet hoe snel ik thuis moest komen! Daar heb ik maar niks verteld.

Meegezogen worden achter een vrachtwagen (36)

In mijn middelbare schooltijd fietste ik een tijd ongeveer 25 km per dag. Ik vond het geen probleem. Wel als het lang regende, of sneeuwde. Maar als het weer slecht was en langer aanhield, dan mocht ik met de bus.

Het gebeurde twee keer, geloof ik, dat ik mij op de fiets een poos liet ‘meezuigen’ achter de auto van ‘onze’ vrachtrijder. Dat wilde zeggen dat ik nauwelijks hoefde te trappen. Het ging soms zo snel dat ik de trappers niet vlug genoeg meer kon rond draaien. Dan remde ik voorzichtig, want dan werd het te gevaarlijk, vond ik.

(Met ‘onze’ bedoel ik, dat de vrachtrijder ook zaken voor het bedrijf van mijn ouders meenam vanuit de stad en bij ons afleverde.)

Bloemen voor de tandarts (37)

Voor de tandarts moest ik naar de stad. Op een dag ging ik met mijn moeder en mijn broertje voor een controlebeurt. Mijn moeder ging mee, maar zij was al geweest.

In de stad kwamen we langs een bloemenzaak. Mijn moeder kocht er een mooie bos bloemen. Toen ik vroeg voor wie die bloemen waren, zei ze dat ze voor de tandarts waren. Mijn broer en ik keken elkaar eens aan. We hadden, denk ik, dezelfde gedachten. Wie koopt er nou bloemen voor de tandarts.

In de wachtkamer zaten een paar mensen. Ik zag ze een beetje vreemd kijken, Dat idee had ik tenminste. Wat mij ook opviel was het schilderijtje van Stien Eelsingh aan de muur. Een mooi, helder en treffend schilderijtje met een paar Staphorster kinderen.

Toen wij aan de buurt waren gaf mijn moeder eerst de bloemen aan de tandarts. Ook hij keek, of leek, verrast. Mijn moeder zei dat de bloemen bedoeld waren voor de goede verzorging die zij van hem had gehad.

Mijn vader reageerde met een grote grijns toen hij het thuis hoorde. Hij zal ook wel gedacht hebben: bloemen voor de tandarts?.
(Zoiets kon alleen mijn moeder maar bedenken.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *