33. Stiekem perziken eten; 34. Vakantiewerk bij opa


Stiekem perziken eten (33)

Tijdens één van de vele bezoeken aan mijn grootouders, maar nu in de zomer, ‘ontdekte’ ik de grote perzikenboom van hun buren. Een paar grote takken hingen op en over het platte dak, met grint, op de aanbouw van de slagerij.

Op dat dak kon ik via een openslaande deur in een slaapkamer van de familie komen. Er hingen een aantal dikke perziken aan de takken, zag ik. Ik kon er gemakkelijk bij!

Ik had net een paar grote en rijpe perziken geplukt, toen ik een vrouwenstem hoorde roepen: “Martien, afblijven.” Het was de stem van de vrouw van de bakker, die naast mijn grootouders woonde. Zelfs mijn voornaam wist zij te roepen. Ik schrok mij rot, maar toch was ik niet vergeten de perziken mee te nemen toen ik snel en zo stil mogelijk over het grint op het dak terug kroop.

Vakantiewerk bij opa (34)

In de zomervakantie van de school mocht ik ook een week mijn grootouders logeren. Het was altijd wel leuk en gezellig, maar mijn opa verzon dan allerlei karweitjes. Leuke en minder leuke. Niet dat ik dat niet wilde, maar één karwei in het bijzonder is mij bijgebleven. Ik moest meehelpen bij het slachten van een varken in de slagerij!

Nadat mijn opa het varken had doodgeschoten, moest het beest onthaard worden. Zijn oudste zoon, mijn oom, gooide eerst emmers heet water over het varken. Ik kreeg een soort krabber, in de vorm van een hoorntje, van hem en moest daarmee de varkensharen verwijderen. Verder moest ik nog helpen bij allerlei andere, ook geen leuke dingen. Wel weet ik dat ik veel worsten moest ophangen in het rookhok, waar een vreemde, zware geur was.

Nadien heb ik nooit meer meegeholpen bij het slachten van een varken. Ook niet bij andere ‘karweitjes’ in de slagerij. Wel heb ik nog een paar keer meegeholpen bij het rondbrengen van de bestellingen (slagerijproducten) met de auto naar mensen die buiten het dorp woonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *