29. Pesten; 30. “Paardje met tikkertje”; 31. Vlinders; 32. “Kuifjes”


Pesten (29)

Op de lagere school werd de meester van de klassen drie en vier vaak gepest. Hij was een goede man, vond ik, die veel van zijn werk hield, maar die niet streng genoeg kon optreden tegen sommige leerlingen. Omdat hij te goed was, zeiden mijn ouders.
De man woonde in het dorp en kwam altijd op de fiets. Het zadel van zijn fiets was een ‘gezondheidszadel’. Er waren niet veel mensen die zo’n zadel hadden. Dat ding vond ik lelijk. Op een dag had één van de drie ‘bandieten’ een bijna opgedroogde hondenkeutel in de gleuf van het zadel gelegd. Ik heb het van horen zeggen, maar de meester scheen na schooltijd gewoon op de fiets te zijn gestapt en naar huis te zijn gereden.

‘Paardje met tikkertje’ (30)

Soms speelden de jongens van de hoogste klas van de lagere school ‘paardje met tikkertje’. Ze vroegen dan een jongen uit een lagere klas om op hun rug te gaan zitten om de anderen af te tikken. Ook ik werd gevraagd.
Toen het spel begon, merkte iemand op dat mijn moeder tegen het glasraam tikte en wenkte. De jongen bij wie ik op de rug zat, liet mij op de grond zakken, waarna ik snel naar huis liep. Mijn moeder zei dat ik niet meer bij die jongen op de rug moest gaan zitten. Later vertelde zij dat bij de jongen thuis met DDD was gespoten, omdat er een vlooienplaag was.

Vlinders (31)

In de tuin stonden herfstasters met mooie kleuren bloemen. Zij noemde de tuin ‘haar tuin’, maar eigenlijk mocht het geen naam hebben. Het was een wat wilde tuin.
Op een dag zaten de bloemen van deze planten vol met vlinders. Ze leken elkaar wel te verdringen. Mijn broer en ik kwamen op het idee om ze te vangen. We kregen bijna alle vlinders te pakken en lieten ze los in de keuken. Toen mijn moeder uit de winkel kwam, deed zij een hand voor de mond. Van verbazing, denk ik. Maar wij zagen haar ook glimlachen. (Zij vond het mooi, maar alle vlinders moesten weer naar buiten.)

‘Kuifjes’ (32)

Ik zal twaalf jaar zijn geweest toen ik ‘holderdebolder’, in een taxi, naar het ziekenhuis werd gebracht met een ‘acute blindedarmontsteking’. De oneffen spoorwegovergang herinner ik mij nog goed.
Aan de operatie heb ik een litteken overgehouden. Ik mocht zelfs het verwijderde stukje darm in een potje mee naar huis nemen, maar dat leek mij geen goed idee! Na de operatie moest ik twaalf dagen in het ziekenhuis blijven.
Op een nacht kreeg ik een geweldige dorst, maar ik mocht geen water drinken. Er stond een vaas met bloemen op de tafel in de zaal. Ik heb toen de bloemen uit de vaas gehaald, het water opgedronken en de bloemen er weer netjes ingezet.
Mijn oma kwam elke dag op ziekenbezoek; samen met mijn moeder. Bijna elke dag bracht zij een ‘Kuifje-album’ mee. (Ik heb aangenomen dat ik alle albums van mijn oma heb gekregen.) Weer thuis verdeelde mijn moeder de Kuifjes tussen mijn broer en mij, want zij vond het jammer voor mijn broer dat hij niets had gekregen. (Veel later heb ik die albums van hem teruggekregen!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *