26. “Zij heeft er al haar op.”; 27. Kersen eten; 28. Hanenkammetjes


‘Zij heeft er al haar op.’ (26)

Een buurjongen was een ‘meisjesgek’. Zo werd hij door de jongens ook genoemd. Waarom? Om de haverklap had hij een ander meisje. Het meisje met wie hij toen was, had er al haar op, beweerde hij. ‘Je liegt’, zeiden wij. ‘Als jullie mij niet geloven, dan vraag ik haar wel, of zij het een keer wil laten zien’, zei hij.
Mijn broer en ik, en de buurjongen met zijn broertje, kwamen op de afgesproken plek – in het fietsenhok achter de school – wachtend op wat er ging gebeuren. Het meisje kwam werkelijk, ging in het overdekte fietsenhok staan, deed haar rokje omhoog en haar onderbroekje naar beneden. Trots keek zij ons aan. En waarachtig, het was niet veel, maar wij konden het zien. De buurjongen had dus niet gelogen.
Zodra we het hadden gezien, was het ook niet spannend meer. Eigenlijk was er niks bijzonders aan. 🙂

Kersen eten (27)

Bij ons huis stonden drie flinke kersenbomen. De ene had zoete, lichtrode kersen. De tweede boom zoete, dikke, sappige, knapperige, donkerrode kersen. Die smaakten het lekkerst. Dan was er nog een leiboom tegen de muur van de paardenstal. De kersen aan die boom werden lichtrood, maar ze smaakten zuur. Heel erg zuur. Mijn moeder weckte deze kersen met behoorlijk veel suiker. De jam was nog wel te eten.
Om bij de lekkerste kersen te kunnen komen moesten mijn broer en ik voorzichtig op en over de schuur met ijzeren golfplaten klimmen en kruipen. Soms ging dat niet zo voorzichtig en dan hoorden wij roepen: ‘Jongens!’ Meer niet, maar het was voor ons genoeg. Pa!

Hanenkammetjes (28)

Samen met mijn oma en moeder zocht ik in het bos, ten zuiden van het dorp, naar paddenstoelen, naar ‘hanenkammetjes’. Gebakken, met uitjes erbij, smaakten ze heerlijk.
In het bos stonden grote beukenbomen. Prachtige bomen. Onder die bomen lagen oude takken, takjes, basten van beukennootjes en onverteerd blad. Daartussen stonden de paddenstoelen. Opeens gilde mijn oma: ‘Een slang!’ Toen we kwamen kijken, was de slang nergens te zien. ‘Het was een pikzwarte slang van wel een halve meter lang’, beweerde mijn oma. (De slang werd later steeds langer.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *