23. Een vies stukje pruimtabak; 24. Een koortslip; 25. “Je wilt zeker burgemeester worden.”


Een vies stukje pruimtabak (23)

Sommige mensen doen ‘gemaakt’ lollig.
Bij mij viel dat op een keer helemaal verkeerd uit. Zelfs zo verkeerd, dat ik het nu nog weet.
Op een dag kwam een boer naar de smederij van mijn vader met een kapotte landbouwmachine. Hij zag mij staan en vroeg, of ik wel iets van hem wilde hebben. Ik was zo dom om mijn hand uit te steken.
Wat ik van hem kreeg? Een vies, bruin, nat, gekauwd stukje pruimtabak.
(Bah dus, smerig. Wat had die man een lol!)

Een koortslip (24)

Meestal kreeg ik koortslippen in plaats van één koortslip. Soms ook in en bij mijn neusgaten. Nog steeds is het niet voorbij met die ‘dingen’.
Mijn oma noemde dat ‘eigen’. Volgens mijn moeder heb ik het van haar gekregen, maar dat ‘eigen’ was iets wat ik toen niet begreep. Zij zei dat wel vaker.
Als ik het begin van een koortslip voelde opkomen, dan deed mijn moeder witte zalf op de plek. Zinkzalf heette dat ‘spul’, geloof ik. De zalf rook vreemd en het smaakte vies als ik per ongeluk iets van dat goedje in de mond kreeg.
Een ‘grapjas’ – ook hij was een  regelmatige klant van mijn ouders – merkte altijd op, zodra hij die witte zalf zag, of ik misschien een ‘witte snor’ kreeg. (Nog zo’n ‘lolbroek’ dus.)

‘Je wilt zeker burgemeester worden.’ (25)

Toen ik op de lagere school zat, werd ik regelmatig gevraagd wat ik later wilde worden. ’Smid zeker’ was dan de opmerking, nog voor ik kon antwoorden. Meestal zei ik maar niets. (Eerlijk gezegd wist ik het ook niet.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *