Ruzie op school (4)

Ik woonde naast de lagere school (basisschool). Mijn broer en ik zaten op deze school.

De ruimte tussen ons huis en de school? Een slootje, twee bermen en een verhard weggetje, tussen het schoolplein en de omheining van onze tuin was ongeveer vijftien meter. Als er ruzie was en ik werd erbij betrokken – vaak was er zomaar en opeens ruzie; meestal in het speelkwartier – was deze situatie handig.
Niet dat er vaak ‘ruzie’ was. Gelukkig niet, maar soms was het zo; zonder te weten waarom, of wat de aanleiding was. Dom, dom, dom natuurlijk.

Het gebeurde soms ook dat de overmacht te groot werd, omdat meer jongens zich met de ruzie gingen bemoeien. Ook al heel raar vond ik dat.

Ik kon goed hardlopen, als de beste, en ook goed verspringen. Als ik ruzie kreeg en meer jongens gingen zich ermee bemoeien, dan rende ik naar het schoolhek, sprong over het slootje, liep snel over de ‘Hoevenweg’ en klom over het gaas om onze tuin. Op veilig terrein was ik! Meestal liep ik direct door naar de keuken voor wat water en wachtte ik daar op het fluitje van de meester, het teken dat het schoolkwartier was afgelopen. Als mijn moeder uit de winkel kwam en zij zag mij zitten, dan maakte zij een kop warme chocolademelk. Zelf dronk zij thee. We kletsten dan wat tot het moment dat het fluitje van de meester was te horen. Vlug liep ik dan via de winkeldeur naar buiten, naar het hek van het schoolplein. De “ruzie” was dan al lang weer vergeten.

Mijn broer liep nooit weg als hij ruzie had. Soms hielp hij mij als ik ruzie had gekregen. Jongens, die graag ruzie zochten, keken wel uit om mijn broer “te grazen te nemen”, want hij begon direct met zijn klomp, beide klompen, of met zijn riem te slaan.

Bang was ook ik nergens voor, maar wel had ik een enorme hekel aan ruzie. Zinloos gedoe vond ik het. Daarom ging ik er liever vandoor met het idee van: “Ajuus-paraplu”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *