Ransuilen (8)


In een klein, smal bos in “de Kniepe” hadden mijn broer en ik met een paar jongens uit de  buurt een hut gebouwd. De hut was eigenlijk een gat in de grond en afgedekt met takken en bladeren. Het was een mooie hut, vonden wij.
–  Wie er geen weet had, kon de hut niet vinden. We speelden er vaak ‘rovertje’, of ‘vlag veroveren’. Dat laatste spel speelden we wel vaker en meestal twee tegen twee. Een spannend spel.
– Al was het bos dan klein, toch was het daar mooi en nogal donker, want de vele soorten bomen en struiken stonden dicht op elkaar. Misschien wel te dicht. Op sommige plekken stonden de struiken zo dicht op elkaar dat je er niet, of nauwelijks, doorheen kon komen.
–  Er waren ook veel vogels in dat bosje, maar groot wild heb ik er niet gezien. Maar misschien maakten we daarvoor wel teveel lawaai. In een hoge spar, die vlakbij de hut stond, zat en nest met ransuilen. Een groot nest in. Op de grond onder die boom zag je veel braakballen liggen.
–  Toen we weer eens in dat bosje waren, zagen we een paar ransuilen op een tak in de boom zitten. Ze zaten stil en dicht bij elkaar, en volgden nauwlettend al onze bewegingen. Dat was wel duidelijk. Het leek ook wel of ze oortjes hadden. Ze keken naar ons met grote, kille en gele ogen.
–  Een beetje luguber was het toch wel in dat bosje. Omdat het vrij donker was daar, maakte ‘het gegluur’ van die vogels het nog geheimzinniger en spannender.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *