Naar Brussel en de Expo (33)


’s Morgens om 5.30 uur werd ik wakker gemaakt door mijn vader. Mijn broer ook, want mijn ouders wilden om zeven uur gaan rijden met de ‘Lelijke Eend”.

Het werd een lange in de auto, want we kwamen pas tegen twaalf uur in Middelburg. Mijn broer en ik mochten op de “Lange Jan”. Bovenop de toren zagen we de mooie stad en ook een stuk van de omgeving, door de verrekijker van mijn vader.

We reden verder. Naar Oostkapelle, waar een “oud-plaatsgenoot” woonde, een ‘oude’ klant, een landbouwer, die weer op zijn geboortegrond was gaan wonen. We konden er ook slapen. ‘s Avonds zijn we met z’n allen naar het strand van Domburg gewandeld.

De volgende dag vertrokken we naar Vlissingen. Ook daar mochten we de kerktoren beklimmen, de “Sint Jacobstoren”. Ook Vlissingen vond ik een mooie stad.

Van Vlissingen gingen we met de veerboot naar Breskens. In Breskens stond nauwelijks een oorspronkelijk huis nog overeind werd ons verteld. Inderdaad zag je bijna overal nieuwbouw. (In WO II heeft Breskens enorm geleden door het geschut van de Moffen, vanaf Walcheren.)

We kwamen in Aardenburg, waar we twee nachten in een hotelletje hebben geslapen. Zeeuws-Vlaanderen was prachtig.

Van Aardenburg ging de rit naar Knokke. We gingen niet de zee in, want de golfslag was te hoog. Wel maakten wij er een strandwandeling.

Via Sluis reden we naar Brugge, een stad met prachtige, oude gebouwen en nauwe straatjes. We zagen de “Ezelspoort”, grachten, oude huizen en gevels, de markt, enz. Na Brugge gingen we naar Diksmuide, Nieuwpoort, Blankenberge, Gent en tenslotte waren we in Brussel. In het stadsdeel Jette werd ik afgezet bij het huis van de ouders van mijn vriend, het adres waar ik veertien dagen zou logeren.
Ongeveer vijf dagen per week werkte ik mee in het kaasfabriekje van de ouders van mijn vriend. Er stonden daar een paar grote, ronde RVS-bakken, die steeds heel goed moesten worden schoongemaakt. Een ‘hels’ karwei was dat.
In het weekend waren mijn vriend en ik ‘vrij’. Dan gingen we de stad ‘verkennen’, of naar de Expo in het Heizelpark. Het Expo-terrein lag dichtbij.

De bezoeken aan de Expo waren enorme belevenissen. Het terrein was twee km² en er was een groot kermisterrein bij. Het bezoek aan de kermis was ook al bijzonder. Zo’n grote kermis had ik nog nooit eerder gezien. Daarna ook niet meer.

Het ene paviljoen was nog mooier, groter en interessanter dan het andere. Vooral de paviljoens van Canada, de VS (de ronde filmzaal) en de USSR (met de Spoetnik en raketten) zijn mij bijgebleven. Het 102 meter hoge Atomium vond ik indrukwekkend en mooi.
(De aluminium ‘bollen’ zouden na het sluiten van de Expo worden afgebroken, maar ze staan er nog steeds.)
Om in de ronde filmzaal van de VS te komen moesten we eerst in een lange rij gaan staan. Ik zag een bekend gezicht tussen de wachtenden. Het was mijn nicht die met haar vriend een paar dagen in Brussel was voor o.m. een bezoek aan de Expo.

In de stad bezochten mijn vriend en ik de Grote Markt, het Stadhuis, Manneken Pis, het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, De Zavel, de Congreszuil.

Op een avond aten mijn vriend en ik in een Italiaans restaurant bij/ aan de Grote Markt. Zijn ouders trakteerden. Bij de spaghetti kreeg ik slechts een vork. Een ‘ramp’ vond ik het toen.

Het bezoek aan het Waterloo-monument was ook een bijzondere ervaring. (Waarom Napoleon zo wordt vereerd, is mij echt een raadsel.)
Met de zwager van mijn vriend ging ik een dag mee in de bestelauto van de zaak om de kaasbestellingen af te leveren. Zelfs moest een bestelling naar Blankenberge worden gebracht. We waren de hele dag onderweg.

De ouders van mijn vriend wilden een aantal dagen naar Hardenberg (Nederland) op familiebezoek. Mijn vriend zou meegaan. Zo kwam ik gemakkelijk en gratis thuis.

Het Expo-speldje uit 1958 heb ik nog steeds in mijn bezit.
(De Expo 1958 werd door meer dan 42 miljoen mensen bezocht, las ik ergens.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *