De herdershond (10)

Zodra mijn broer aan de beurt was om telefoonboodschappen weg te brengen, pakte hij – regelmatig – de brommer van mijn vader. Stiekem, dat wel, want hij was nog te jong om brommer te mogen rijden.

Die dag zouden wij samen de telefoonboodschappen wegbrengen. Mijn broer wilde mij dan leren hoe je brommer moest rijden. “Schakelen is het moeilijkste,” zei hij. We haalden de brommer, een NSU Quickly, uit de schuur. Inderdaad stiekem. Via het tuinpad van de buren kwamen we met de brommer op de “Hoevenweg”. Ik ging op het zadel zitten. Mijn broer achterop. “Als je iets niet weet, dan moet je direct stoppen”, zei hij. Het ging prima, maar ik mocht niet méér gas geven. Al ging het dan niet snel, toch waren we vlug op het adres waar we de telefoonboodschap moesten afgeven.

Op de terugweg moest ik weer rijden, maar deze keer meer gas geven. Had ik maar niet geluisterd. Uit de oprit van een boerderij kwam plotseling een grote herdershond, een Duitse herder. Ik kon de hond niet ontwijken en er gebeurde toen van alles tegelijk. De hond rende jankend een weiland in, maar mijn broer en ik kwamen met de brommer in de berm terecht. Gelukkig niet in de sloot. Wij mankeerden niets, maar in het voorwiel van de brommer zat een enorme slag en de koplamp was stuk. Mijn bril ook.

Al beweerde ik dat het de schuld van de herdershond was, mijn broer bleef maar zeggen dat hij geen hond had gezien!
Wij probeerden de slag uit het voorwiel te krijgen, maar dat lukte niet.
Mijn vader zag ons komen lopen met de kapotte brommer. Hij werd enorm boos. We verwachten een grote straf, maar toen we zeiden dat de brommer dan wel kapot was en mijn bril ook, maar dat wij niets mankeerden, begon hij te grijnzen. “Zet de brommer maar gauw in de schuur,” zei hij.

Dezelfde dag zei ik nog wel een paar keer mijn broer: “Omdat jij achter mij zat, kon jij de hond helemaal niet zien.”
Hij gelooft mij nog steeds niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *