Naar de jaarlijkse uitvoeringen (24)


Er kwam een moment dat mijn ouders vonden dat ik naar de jaarlijkse uitvoeringen van verenigingen kon gaan. Zeg maar gerust “moest”.
–  Mijn vader en moeder hadden er geen tijd voor, maar volgens mij waren zij maar wat blij als ik “namens de firma” kon gaan.
–  De meeste mensen in de buurt vonden een jaarlijkse uitvoering prachtig en gezellig, want er was niet veel te doen in het dorp. Zij vonden het een mooi “uitje”. Mijn broer vond dat ook bleek later.

Er waren veel verenigingen. Dus ook jaarlijkse uitvoeringen. Van de accordeonvereniging, de muziekvereniging, de toneelverenigingen, de zangverenigingen, de knapenvereniging, de schoolvereniging, het Roode Kruis, de buurtvereniging, de plattelandsvrouwen, de maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, de ruitervereniging, de damvereniging, de gymnastiekvereniging, de duivenvereniging, de schietvereniging, de schaatsvereniging, de voetbalvereniging, de damclub en de zwemvereniging kregen mijn ouders een uitnodiging. Er waren zoveel verenigingen dat ik vast en zeker namen niet heb genoemd.

Als er een uitnodiging kwam, dan werd ik meestal ‘gevraagd’. Ik kreeg geld voor de toegang, maar ook geld om in de pauze loten te kopen. De opbrengsten van de verloting betekenden extra-inkomsten voor de vereniging. De prijzen stelden meestal niet veel voor. In al die jaren heb ik maar één keer een prijs voor de “firma” gewonnen, maar dat vonden mijn ouders niet erg. Als de vereniging maar werd gesteund, vonden zij.

Na de uitslag van de verloting ging ik naar huis. Toen mijn broer mee mocht, werd het moeilijker om na de uitslag van de verloting naar huis te gaan, want hij vond het vaak wel leuk. Gezellig zelfs, maar het leek mij toe dat hij meer oog had voor de meisjes dan voor het programma van de uitvoering. Laat naar bed gaan was ook interessant. Toch wist ik hem meestal wel zover te krijgen, dat hij na de verloting mee naar huis ging.

Bij één verloting won ik ooit een prijs. Ik was toen veertien. Dat was bij de verloting in de pauze van een filmvoorstelling van de  plaatselijke Rode Kruisvereniging. De film werd gedraaid in het verenigingsgebouw. Ik won een ‘eerstedagenvelop” met Rode Kruiszegels die ik mocht houden van mijn ouders. Daar was ik heel blij mee, omdat ik postzegels verzamelde. (Voor de liefhebbers: E 31, 1957 Rode Kruis, zonder adres).

Aan deze film heb ik vaak moeten denken. Ik heb er lange tijd ook slecht van kunnen slapen. De film ging over een jongetje dat ergens met zijn moeder in een zwaar gebombardeerde stad in Duitsland liep. Tijdens een bomalarm raakte hij zijn moeder kwijt. De jongen was radeloos en ging op zoek naar zijn moeder. De moeder naar hem. Beiden kwamen zij in de meest vreselijke en trieste plaatsen terecht waar ze niets konden herkennen, omdat alles kapot was. Wel informeerden ze overal naar elkaar. Ik kan mij niet meer herinneren, of het jongetje en de moeder elkaar ook weer vonden. Het waren vreselijke zwart-wit beelden, maar toch heb ik de film helemaal gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *