Wuppertal (Duitsland)


Na twee uur in het Von der Heydt-Museum (Wuppertal) te zijn geweest vonden wij het welletjes; we hadden genoeg gezien. Mijn vrouw en ik zijn naar het hoofdstation voor de Schwebebahn gewandeld. Een ritje zou ongeveer een uur gaan duren. We hadden nog anderhalf uur de tijd. Dat ritje leek ons wel wat, dus hebben we het gedaan. Het was echt iets bijzonders!

Hoe het begon? In het museum was een (onopvallend) ‘infostalletje’. Een vriendelijke meneer hielp ons. Het bleek dat hij goed Nederlands sprak. Weliswaar op z’n prins Bernhards, maar toch. Op de vraag waarom hij zo goed Nederlands sprak, antwoordde hij dat de grootouders van zijn vrouw na de eerste wereldoorlog (WO I) vanuit Ruinerwold (Drenthe) naar Wuppertal waren gegaan. Van hen had hij de taal leren spreken. En verder: “Hollanders gaan naar de bergen; Duitsers naar de zee”, zei hij. Zijn vrouw en hij gingen al jaren naar de Nederlandse kust. Naar de zee, de duinen en het strand. Hij vertelde tot slot over de Schwebebahn, de kosten en waar we het beste konden instappen. Een aardige Duitser.

We kochten in het station een 24-StundenTicket (voor twee personen € 10,30). Met dat kaartje konden we het hele traject (20 stopplaatsen) doen. Heen en terug. We kregen zo een mooie, goede indruk van de stad. Met de ‘zweeftram’ kwamen we tot aan de stadsgrenzen en zweefden we bijna overal over het riviertje de Wupper. Ook kwamen we langs het enorme, uitgestrekte complex van BAYER (de grote werkgever van de stad?).  Na deze rit moesten we nog een halfuurtje wachten op de bus.

Een viertal indrukken van de ‘zweeftram’:

2+