Voor handel naar Engeland (nummer 62)


Weer ging ik met mijn broer voor een paar dagen mee naar Engeland. Hij moest er voor zaken – tweedehands trekkers (Renault) keuren en kopen – zijn. Het was altijd een belevenis om mee te gaan, want er gebeurde altijd wel wat bijzonders.
–  Het begon al bij de veerboot in Hoek van Holland. We moesten even op het plein wachten voordat hij met de auto naar binnen mocht. Ik hoorde hem een paar harde verwensingen roepen en zeggen: “Dat doen zij nu altijd als ze de auto (Mercedes) zien. Ze sturen mij straks naar de eerste verdieping of zelfs hoger. Let maar op. En waarom? Gewoon om te pesten.”
–  Toen het plekje voor de auto was gevonden – op de eerste verdieping – haalden we onze bagage uit de kofferbak van de auto. Maar dat was niet alles. Ook pakte hij een rol touw en een hamer. Toen ik vroeg wat hij daarmee moest, zei hij: “Voor het geval er iets gebeurt.” Het bleek dat hij dat deed sinds het omslaan van de veerboot net buiten de haven van Zeebrugge (België). Hij besprak sindsdien ook een hut in de buurt van het kapiteinsverblijf. Volgens hem was daar de veiligste plek op de boot. Met de hamer zou hij het glas van de patrijspoort kapot slaan en het touw gebruiken om ermee naar buiten te kunnen klimmen.
(Zelf heb ik er nooit zo over nagedacht.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *