Voor een vuurtoren en een grote misthoorn op stap


Tijdens de toer in Schotland waren wij op een camping in het noordelijkste puntje van Schotland, dichtbij de (denkbeeldige) grens tussen de Noordzee en de Atlantische Oceaan, in een prachtig, ruw gebied.

Na het water tanken stroomde een beetje water uit de vulpijp van de camper. De campingbaas zag dat, kwam kijken en zei dat het water in de streek zeer ‘kostbaar’ was.

Omdat we graag iets meer over de omgeving wilden weten vroegen we aan de campingeigenaar of hij ook een folder voor ons had. Dat had hij niet. Hij was ook niet van plan om ze te laten maken, zei hij. ‘De folders worden na gebruik toch maar weggegooid.’ Hij maakte ons duidelijk dat er ergens op de camping een bord met een  plattegrond stond, waarop de omgeving was te zien.
(Twee voorbeelden van ‘Schotse zuinigheid’!?)

De volgende dag zijn we – eerst nog met een veerbootje vanaf Keoldale – in een busje naar Cap Wrath, met de grote vuurtoren, een aantal gebouwen en een enorme misthoorn, geweest. Het was een ‘levensgevaarlijke’ tocht van ongeveer tien à twaalf kilometer. De chauffeur kende de weg gelukkig goed. Alles wat er in het busje kon rammelen, rammelde. Van een weg was eigenlijk geen sprake. Onderweg zagen we in een ravijn een paar verroeste auto’s liggen. Weinig geruststellend dus, maar de plek met de witte vuurtoren en de grote misthoorn was imponerend en heel mooi. We kregen daar iets te zien om nooit te vergeten.

Waarom ik dit vertel? Mijn vrouw en ik zagen aflevering 4: De ruige Schotse kust uit de reportageserie Rond de Noordzee, waarin de vuurtoren was te zien. Vandaar!

1