Folklore en spelletjes (133)


Vastenavond.
Dat betekende: foekepotten.
Waar ik woonde ging dat zo. Mijn broer en ik liepen verkleed langs de deuren – gelukkig waren dat er niet veel in de buurt; ik zeg dat zo, omdat een buurmeisje mee moest – met de foekepot, een paar (oude) pannendeksels en een mandje om de ‘giften’ in te kunnen doen.
De foekepot werd gemaakt van een groot ‘stroopblik’ dat met een stuk varkensblaas – kreeg ik van mijn opa, want hij had een slagerij – was bespannen, met in het midden een stokje, of een stukje rietstengel, vastgebonden aan de varkensblaas. Er moest in de hand worden gespuugd om het stokje op de gedroogde blaas op en neer te kunnen bewegen. Je hoorde dan een donker, zoemend geluid. Het  volgende liedje werd dan gezongen:
Ik heb de hele avond met de foekepot gelopen, maar geen cent gekregen om brood te kopen. Foekepotterij, foekepotterij, geef mij een centje dan ga ik weer voorbij.
(Het is eigenlijk een bedelliedje. Je kreeg van alles toegestopt, zoals een ei, een appel, geld, enz. Alles werd in het mandje gedaan.)

Palmpasen
Meestal was het niet veel meer dan gebakken brood in de vorm van een haantje – je kon het bij de bakker kopen – op een stok, in de vorm van een kruis, met buxusgroen in de staart van de haan. Soms werd de stok versierd met linten en ‘behangen’ met een streng pinda’s, suiker- en/of chocolade-eitjes.

Met Pasen zag je vaak ergens een paasvuur branden.

Hemelvaartsdag
Dauwtrappen. Men moest vroeg uit de veren voor een flinke (wandel)tocht. Zelf heb ik dat niet meegemaakt. Het gebeurt, geloof ik, nog wel in Twente.

Over Oogstfeesten weet ik niets te vertellen.

Burenplicht
De buren hielpen elkaar bij een geboorte, kraamvisite, bruiloft en begrafenis. Ook bij het dorsen, hooien en slachten gebeurde dat wel.

Er zullen vast nog wel meer folklorevoorbeelden zijn, maar die zijn mij niet bekend.

Spelletjes
Wie kent ze nog? ‘Blikspuit’ (of ‘Buskruit’), ‘Trefbal’, ‘De boom wordt hoe langer hoe dikker’, ‘Hinkelen’, ‘Schipper mag ik overvaren’, ‘Paardjerijden’, ‘Tik, ik heb je’, ‘Bliklopen’, ‘Steltlopen’, ‘Vliegeren’, ‘Vlaggetje veroveren’, ‘Zaklopen’? ‘Touwtjespringen’, ‘Slootje springen’, ‘Overlopertje’.

(Meer spelletjes bekend? Vast wel, maar ik weet ze niet.)

Al jaren een vertrouwde vogel


Zolang we hier wonen nestelt er een merelpaartje in onze heg. Wel steeds op een andere plek in de heg.

Regelmatig geeft Pa Merel een ‘gratis’ zangconcert. Maar gelukkig is zijn gezang afwisselend, al stopt het soms plotseling. Dat is wel jammer.

Zijn zang is, werkelijk waar, prachtig en afwisselend. Ik ken iemand die er ’s morgens wakker van wordt en daarna niet meer in slaap kan komen.

Zodra Pa Merel een soortgenoot ‘op zijn terrein’ ziet/ontdekt, begint hij enorm te schetteren. Dan weet je ook gelijk ‘hoe laat het is’.

Papa fume une pipe (132)


Naar Franse les ging ik in de zesde klas van de lagere school (‘basisschool’).
Mijn ouders hadden van de mogelijkheid gehoord. Zij vonden dat ik die lessen maar moest volgen. ‘Dan wordt de overgang naar de Frans taal niet zo groot,’ zeiden ze.

Na de winterperiode ben ik ongeveer een half jaar, en bijna elke week, op de fiets naar Franse les, die in een school in het dorp werd gegeven, geweest. Er kwamen bijna allemaal kinderen die na de zomervakantie ook naar de MULO zouden gaan.

Of ik wat aan de lessen heb gehad? Geen idee eigenlijk.
Maar toch zal het wel iets geholpen hebben. In elk geval weet ik nog steeds de zin ‘Papa fume une pipe’.

Mijn broer heeft die Franse lessen ook gevolgd. Maar of het aan hem was besteed?
Het beetje Frans dat ik hem ooit heb horen zeggen, was ‘Le soldat est sur la bonne.’
Hij vond dat een prachtige zin.

Kun je tegenwoordig nog iemand vertrouwen?

 


De gevestigde media, Facebook of Google misschien.
Allemaal fout, denk ik. Foute voorbeelden, foute instellingen, die best wel weten hoe het wèl zou moeten.

Het lijkt wel of corruptie en vriendjespolitiek ‘normaal’ worden gevonden.

Van gemaakte fouten kun/moet je leren. Natuurlijk. Maar over gemaakte fouten moet je altijd eerlijk zijn. M.a.w. die moet je toegeven. En liefst zo snel mogelijk!

Dat geldt zeker voor de overheid.

Wat het ‘vertrouwen’ betreft. Ik houd het bij mijn ‘eigen’ kring. Al moet ik er wel direct bij zeggen dat het daarbinnen soms ook ‘moeilijk’ gaat.