Duivenmelken en een luchtbuks (kv 111)


Mijn oom was een duivenmelker. Zijn broer, dus ook een oom van mij, ook. Of zij dat samen waren? Dat weet ik niet zeker. Wel weet ik dat zij regelmatig meededen aan ‘het wedstrijdvliegen’ die door de plaatselijk duivenvereniging werden georganiseerd. Het ging uitsluitend om de eer zeiden mijn ooms.

Elke dag lieten zij de duiven een poos vliegen en lokten ze terug in het hok door met wat duivenvoer in een conservenblik te rammelen. Dat was een mooi gezicht. Het ging vrij soepel.

Eén oom had af en toe zijn ‘zware’ luchtbuks bij het duivenhok staan. Meestal in het weekend volgens mij. Hij schoot dan op kauwen in de hoge kastanjebomen die voor het huis op het plein stonden en op de open kijkgaten van de kerktoren. Ook schoot hij op de torenhaan, maar of hij hem ook raakte?

Waarom hij dat deed? Om leuk te doen? Stoer te doen? Misschien uit verveling? Ik weet het niet.

Wel moet ik dit nog even zeggen: ik heb daar nooit ergens een dode kauw gezien.