Wegenwacht (kv 110)


De ANWB had een soort waarschuwingssysteem. Zo konden ‘auto- en motorpechvogels’ bij ons thuis bellen voor een wegenwacht. Er zat ook een ANWB-telefoonbordje aan de muur van ons huis.

Op de route Zwolle-Coevorden, de N340, reed dagelijks een opvallend gele ANWB-motor, een BSA, met zijspan, waarin enorm veel gereedschap overzichtelijk zat. De berijder kwam elke dag langs voor informatie, om te bellen èn ook voor een kop koffie van mijn moeder. De man droeg een leren pak, had een pet op (geen helm geloof ik) en een grote motorbril. Af en toe stond hij in de werkplaats van mijn vader om een auto- of motoronderdeel te repareren voor een klant ergens langs de weg.

Het zal eind jaren vijftig zijn geweest dat hij op een dag kwam aanrijden in een gele Citroën-bestelauto. Vol trots liet hij ‘zijn nieuwe auto’ van binnen en buiten bekijken en bewonderen.

De ‘wegenwachter’ woonde toen in Hoonhorst. Zijn naam ben ik vergeten, maar niet de herinnering dat hij verkering had met een meisje uit Ootmarsum. Ik ben daar eens op bezoek geweest met mijn ouders. Wat daarvan precies de reden was? Geen idee! Mijn broer zat bij mijn moeder achterop de brommer en ik bij mijn vader. Het was een lange zit; een gezellige dag.

Ongelijk


Als een vervolg op mijn vorige bijdrage waren dit de woorden die mijn echtgenote, in een krant aanwees (tijdens het Preuvenement- gebeuren (2014) in de Gouverneurstuin in Assen): Ongelijk, besmettelijke, Hulpverleners, Parade.
Met deze vier woorden maakte de andere deelneemster in de caravan dit:

“Zijn linker- en rechtervoet waren hartstikke Ongelijk.

  Als kind werd hij gemeden als de pest, want, zo

  fluisterde de hele klas, hij had een besmettelijke ziekte.

  En alle uitleg van maatschappelijke Hulpverleners ten spijt

  Klaas-Hendrik mocht niet met zijn maat 34 (links) en

  47 (rechts) meelopen in de Parade.

  En zijn tuba stond werkeloos te glimmen in de hoek.”

[Ook een mooi vers!]

Democratie


Tijdens het ‘Preuvenement’ in Assen (in 2014) mocht ik een viertal woorden uit een krant aanwijzen, waarna ze werden uitgeknipt. (Mijn vrouw kon ook vier woorden uitzoeken, maar dat later.)

Ik koos de woordjes democratie, maar, stand en betekenisloos. Daarna konden we een poosje op de bank van de caravan gaan zitten om te wachten op het resultaat van de VERS die zij met een oude, draagbare typemachine (Olivetti) maakte.

Dit werd ‘mijn’ vers:

“Ach, het is me toch wat met die eeuwige democratie.

 De een wil dit, de ander wil dat, maar het is allemaal zo gruwelijk vermoeiend.

 De huidige stand van zaken zegt me eigenlijk niet zoveel, maar ja… wie zegt
 dat nou hardop?

 Het lijkt wellicht betekenisloos maar zal ik nog eens wat vertellen?

 Het is wat het is.”

Knap gedaan, niet waar?