Maatjes-, jonge haring


De Hollandse Nieuwe smaakt prima. Sinds 13 juni is de haring weer verkrijgbaar. We hebben er al een stuk of wat verorberd. Met smaak!
–  Sommigen nemen de haring – met wat uitjes eraan – bij de staart en eten hem daarna op. Enkelen nemen er schijfjes zure bom bij.
–  Wij nemen de verse, net klaargemaakte haring – met wat uitjes erbij – mee naar huis, leggen hem daar op een beetje met boter besmeerde boterham en eten ‘m zo op.
–  Haring op roggebrood smaakt ook heerlijk. En ook niet te versmaden is een lekker koud biertje erbij!

Museum de Fundatie en de Grote Kerk in Zwolle


In Zwolle was ik samen met mijn vrouw op 26/06/18 in het Museum de Fundatie en later in de Grote Kerk.
–  Van het werk van Fritz Klemm wordt gezegd dat zijn kunst uniek is door zijn speciale, selectieve manier van waarnemen en zijn zoektocht naar het ideale evenwicht. Dat mag zo zijn, maar toch vond ik er niet veel aan. Zijn werk zal best wel knap zijn, maar het is gewoon niet mijn smaak.
–  De schilderijen van Jasper Krabbé vond ik al een stuk beter om naar te kijken. Zijn werk beantwoordde mijn figuratieve smaak. De gebruikte kleuren ook. Maar hooguit tien van zijn (verschillende) Japanse schilderijen was genoeg geweest. 
–  Ook de ‘koude’ sculpturen van roestvrij staal van Ronald A. Westerhuis spraken mij nauwelijks aan. Wel vond ik zijn schaalmodellen prachtig. Met zijn zienswijze ‘Het beeld zelf wordt niet beter als het groter wordt, de impact van het beeld wel’’ ben ik het dus niet eens. Voor de ingang van het museum was de kolossale sculptuur Stepping Stones te zien. Ik vond het veel te groot voor die plek.
–  Smaken verschillen. Gelukkig maar. Het mag nog steeds.
–  De Grote- of Sint Michaëlskerk is één van de bekendste bouwwerken van Zwolle. Het beroemde Schnitger-orgel, de prachtige preekstoel en het koorhek zijn de moeite waard om van dichtbij te bezichtigen. De Grote Kerk kent een lange geschiedenis en staat op de lijst van Rijksmonumenten.
–  Terug naar de trein, maar nog even langs het Zwolse Balletjeshuis met het groot assortiment traditioneel oud Hollands snoepgoed. Het ging ons om een paar soorten heerlijke steken om mee te nemen naar huis.

Kachelpijpen, elleboogpijpen en dakgoten (kv 96)


Mijn vader maakte ze en kon ze repareren ook. Met verwondering en bewondering keek ik altijd toe als hij bezig was. Soms maakte hij nieuwe dakgoten voor personen die in een ‘burgerwoning’ woonden. Maar dat gebeurde weinig. Aan de boerderijen in de buurt zaten geen dakgoten. In elk geval niet in de omgeving waar ik woonde.
–  Kachel- en elleboogpijpen maken was echt ‘een ander verhaal’. Vrijwel altijd maakte en plaatste hij ze in een bepaalde periode van het jaar. In het begin maakte hij de pijpen zelf, totdat hij ze kant en klaar en in alle maten kon bestellen. Bij het maken van hoefijzers ging dat al net zo. Het smeedwerk werd steeds minder. Dat kwam vooral door de opkomst van de industrie. Maar ook in die nieuwe ‘tak’ gold het recht van de sterkste, want er gingen in die tijd heel wat nieuwe bedrijfjes failliet. Behalve bij boeren zo leek het. Ze bleven van alle kanten subsidies en ‘gunsten’ ontvangen. Misschien kwam dat vooral door hulp van de politiek? Door een ‘eigen’ minister?
–  Mijn vader was tijdig wat anders gaan doen met zijn bedrijf. Ook het winkelgebeuren, waar mijn moeder ‘de scepter zwaaide’, moest en ging met de tijd mee.
–  Totdat mijn vader een zwaar ongeluk kreeg.