Zondagse kleren (kv 83)


In die tijd werden kleren vaak zelf gemaakt. Af en toe maakte mijn moeder ook iets. Een jurk o.i.d., maar nooit iets anders. Dus niet iets voor mijn vader, broer of mij. Wel deed zij verstelwerk en de gaten in de kousen stoppen, maar dat was ook alles. Van de beide oma’s kregen we af en toe een paar zelfgebreide sokken.
–  Als er slijtplekken op de kleren kwamen, dan moesten mijn broer en ik mee naar iemand in het dorp, die ‘kleren’ maakte. Zij was heel aardig. Haar naam weet ik. Zij woonde bij haar ouders in een boerderij, vrijwel aan de rand van het dorp. Er lag een grote mesthoop op het erf, maar er was niemand in het dorp die dat vreemd vond.
–  Toen wij bij haar waren duurde het een tijdje voordat zij klaar was met opmeten. Ondertussen vertelde mijn moeder wat haar bedoeling was voor onze kleding. Hoe vaak mijn broer en ik moesten terugkomen om te passen en hoe lang het duurde voordat alles klaar was, weet ik niet meer. Met het resultaat was mijn moeder best tevreden. We zijn later nooit meer bij haar geweest. Er kwamen ‘andere tijden’, denk ik.