Wat, als je niet weet wat je wilt worden? (81)


Dan is dat een ‘ramp’. Een ‘ramp’? Ja, zeker wel. Ik zal proberen dat ‘uit te leggen’.
–  Tot mijn middelbare schooltijd werd nauwelijks met mij gepraat over wat ik later wilde worden. Ik had wel een vermoeden, maar ik begon er zelf ook niet over. Voor het ouderlijk bedrijf was ik niet geschikt. Dat wist ik wel, want ik was geen handelaar en te secuur. Te precies in het werk. En dat kan niet ‘in die wereld’.
–  Ik hielp weleens in de werkplaats en in de winkel, want ik had er geen hekel aan, maar toch had ik niet genoeg ‘hart voor de zaak’. Mijn broer wel, maar hij was tweeënhalf jaar jonger dan ik, en dat vond ik best wel jammer. Ook voor hem.
–  Maar het is gelopen, zoals het blijkbaar moest lopen. Ik heb voortreffelijke ouders en een broer gehad. Een fijne jeugd. Nooit heb ik een wanklank, of verwijt uit hun mond gehoord.
–  Mijn ouders hebben mij na de lagere school twee keer laten testen. De eerste keer in Zwolle en later nog een keer bij de zus van mijn tante in Amsterdam. Het resultaat van beide testen kwam ongeveer op hetzelfde neer: ik zou het diploma HBS-A kunnen gaan; de richting ‘fijn techniek’ zou een keuze kunnen zijn, maar omdat ik van algebra en meetkunde weinig verstand had, viel deze optie af. Om dezelfde reden ook de opleiding voor onderwijzer. Dat vond ik jammer.
–  Er waren in en na mijn middelbare school- en militaire diensttijd allerlei vervelende en nare voorvallen. Maar gelukkig was niet alles ‘negatief’. Zo kreeg ik kennis aan een heel lieve meid met wie ik ben verloofd en getrouwd. Nog steeds.
–  Binnen veertien (!) dagen na mijn militaire diensttijd kreeg ik een baan bij de gemeente Kampen. In die gemeente en een volgende gemeenten was het hard werken ‘geblazen’, met veel studie erbij. Maar aan hard werken is nog niemand dood gegaan.

Van mijn keuze heb ik geen spijt gekregen. Volgens mij heb ik ‘bereikt’ wat er voor mij te bereiken was. Het mogen clichés zijn, maar ik zeg het maar zo:
Jezelf blijven, eerlijk zijn en volhouden, want: ‘De aanhouder wint’.

0

De verwachting voor vandaag: Lintjesregen


Met Koninklijke lintjes heb ik niks. Wel met het verkrijgen van bijvoorbeeld een lintje/ medaille voor een gereden ‘Elfstedentocht’. Dus als ‘aandenken/ herinnering’.

Ik weet de procedure voor het verkrijgen van een lintje (nog) wel. Zelf had ik ‘Ridder’ kunnen worden. 😊

Er wordt soms van alles verzonnen (in het ‘leugenbriefje’) om voor iemand een lintje te kunnen verkrijgen. Er is zelfs sprake van ‘automatisme’ bij het krijgen van een lintje. Dat is helemaal het toppunt. Een ‘flutregeling’.
Een voorbeeld? Als je twaalf jaren in de gemeenteraad hebt gezeten, dan krijg je (automatisch) een lintje.
Nog een voorbeeld? Als je een topprestatie hebt geleverd bij een Olympisch schaatswedstrijd, dan krijg je (zomaar) een lintje! Maar heb je enorm je best gedaan, en je eindigt niet op het ‘schavot’, dan krijg je niets!

Het is dus een waardeloos systeem.
Je hebt er niets aan. Ja, misschien om ermee te kunnen ‘opscheppen’. IJdeltuiterij dus. En ja, al die onzin kost enorm veel geld. Geld dat veel beter besteed kan worden.

Mijn conclusie/ tip?
Schaf de lintjesregen (decoratieverlening) zo snel mogelijk af.

0

‘De bloemetjes staan er weer mooi bij’


Het is maar hoe je het zegt. Wilt horen.
–  Het denken in de landbouwwereld moet snel veranderen. Maar hoe zorg je ervoor – op een goede manier en liefst snel – van kwesties als mestoverschot, te veel stikstof, antibiotica, glyfosaat, te veel koeien, kippen en geiten, veevoerimport, en nog veel meer ‘ellende’, af te komen?
–  Inderdaad: De kwesties wereldwijd, keihard en zo snel mogelijk aanpakken ten gunste van het milieu, het natuurlijk leefklimaat, denk ik. Dus ook -‘vooral’? – in Nederland!

0

Een briljant politicus, of een ‘nat zeepje’?


Maarten van Rossem noemt de minister-president Mark Rutte een briljant politicus. Dat wil ik niet direct beweren. Rutte zal best wel een intelligent persoon zijn, maar hij is mij te flexibel, te ongrijpbaar, te glad, een enorme ‘babbelaar’.
Jort Kelder – zijn vriend, aldus Maarten – schijnt hem ooit met een ‘nat zeepje’ te hebben vergeleken.

Met die vergelijking kan ik het direct eens zijn.

0

De (mislukte?) creatie van de staat Israël


De één zegt dit, de ander dat, maar het is een feit dat tijdens de laatste Palestijnse protesten tegen Israël – sinds eind maart van dit jaar – tal van gewonden en doden zijn gevallen door kogels van Israëlische soldaten. Voor mij was het zoveelste conflict aanleiding om in de geschiedenis te ‘duiken’ om daarin te lezen over: 1917-Groot-Brittannië verovert Palestina; 1917-Balfour Declaration; 1920-Palestina wordt Brits mandaatgebied; 1921-Caïro Conferentie: opdeling mandaatgebied; 1933-Adolf Hitler aan de macht in Duitsland; 1936-1939-Arabische opstand en 1948-uitroepen van de staat Israël.

In de Balfour Declaration van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour, zegt Groot-Brittannië steun toe aan de vestiging van ‘een joods thuisland’ in een gebied waar vooral Palestijnen wonen. Dat was het begin van enorm veel ellende, want de zionistische beweging ziet de Verklaring als de internationale legitimering van de vestiging van een Joodse staat.
–  Tussen december 1947 en februari 1949 zijn tal (meer dan 400 las ik) van Palestijnse dorpen door Joodse strijdgroepen, later het Israëlische leger, ontvolkt en soms ook geheel verwoest. Er zijn Israëli’s die het bestaan van de Joodse staat jaarlijks op 14 mei vieren met een Nationale Barbecue. (Je verzint het niet!)
–  Dat gebeuren is geen nieuwe geschiedenis. Alleen is de realiteit er niet, niet duidelijk, of niet duidelijk genoeg bij de Joden. Dat denk ik al heel lang. Eigenlijk al vanaf de middelbare school. Toch ben ik geen antisemiet. Al zeg ik het zelf. Dat wil ik niet zijn, ook niet worden, want ik gun ieder zijn bestaan en geloof, mits er van (machts)misbruik geen sprake is. Volgens mij zijn zionistische leiders, Israëlische leiders en regeringen, de hoofdschuldigen. Ook valt niet te ontkennen dat er een etnische zuivering in Palestina is uitgevoerd, terwijl tal van joodse mensen aan den lijve hebben ondervinden wat het betekent!
–  ‘Zuivering’ was de opdracht vanuit het Joodse guerrillaleger Hagana. Vanaf het najaar van 1947 – Palestina stond toen onder Brits bestuur – is o.l.v. David Ben-Goerion toegewerkt naar het verdrijven van zoveel mogelijk Palestijnen uit het deel van Palestina dat in november 1947 door de Verenigde Naties was toegewezen aan de Joden. In zijn dagboek schreef Ben-Goerion: ‘Het zuiveren van Palestina blijft het belangrijkste doel van Plan Dalet.
–  In de Israëlische geschiedschrijving worden de gebeurtenissen van 1948 aangeduid als de Onafhankelijkheidsoorlog, waarin de Joodse staat door Arabische legers in zijn voortbestaan werd bedreigd. De verklaring voor de massale vlucht van de Palestijnen luidt dan dat de Arabische leiders hen hadden opgeroepen het slagveld vrij te maken.
–  Nog in 2006 vatte premier Ehud Olmert een en ander in de Knesset zo samen. ‘Met weinig middelen en wapens hebben we ons wanhopig verdedigd tegen een invasie die expliciet tot doel had de nieuwgeboren staat te vernietigen. We waren slechts een stap van uitsterven verwijderd.’
–  De Nieuwe Historici hebben al ruim vijftien jaar geleden vanuit verschillende invalshoeken de vloer aangeveegd met de mythen van 1948.
–  Niet alleen de Israëli’s, ook de Palestijnen hebben een selectief geheugen. Sinds de Catastrofe zien zij zichzelf als weerloze slachtoffers van Israëlische agressie. De Palestijnse samenleving stond in 1948 zwak tegenover de zionistische beweging. De zionisten waren goed georganiseerd, beschikten over een ruim budget en konden over het algemeen rekenen op westerse steun. Maar dat is niet het hele verhaal, schrijft de Palestijnse historicus Rashid Khalidi in The Iron Cage – The Story of the Palestinian Struggle for Statehood. De Palestijnse elite heeft het in de jaren twintig en dertig onder het Brits mandaat laten afweten, reconstrueert Khalidi. Meer geïnteresseerd in het eigen belang dan de nationale zaak namen de ‘notabelen’ genoegen met ceremoniële functies.
–  Toen de Palestijnen in 1936 in opstand kwamen tegen de Britten, was het te laat. De nederlaag die de Palestijnen in 1939 tegen de Britten leden, zijn zij niet meer te boven gekomen.
–  Het is vrijwel onmogelijk om te midden van een conflict de eigen geschiedenis eerlijk onder ogen te zien. Woorden schieten meestal tekort! Dat gegeven zal niet veranderen, denk ik, maar er is altijd wel iemand die over iets, of over een bepaald woord, een ‘eigen uitleg/ mening’ denkt te moeten hebben/ weten en dan ‘volgelingen/ aanhangers’ krijgt.

Waarom ik dat laatste zo zeg? Als dat niet zo was, dan was de crisis tussen de Joden en Palestijnen al lang en breed, en waarschijnlijk vreedzaam opgelost!

0